Plebaan steelt harten van Oeteldonkers

Hilversum (Brabants DagbladVan onze redactie) 27 februari 2006 - De nieuwe plebaan van de Sint-Janskathedraal, Geertjan van Rossem, heeft gisteren in de carnavalsmis de harten van de Oeteldonkers gestolen. Dat bericht Brabants Dagblad vandaag.  

Opvolger van Bodar
Priester Geertjan van Rossem werd op 1 september vorig jaar benoemd tot plebaan (pastoraal hoofdverantwoordelijke van een kathedraal) van de Sint-Jan. Hij volgde daarmee Antoine Bodar op, die niets van carnavalsmissen moest hebben. Veel Bosschenaren waren benieuwd hoe Van Rossem er tegenover stond. Gisteren verraste hij het in carnavalskleding uitgedoste kerkvolk met een rap, waarbij hij zichzelf op gitaar begeleidde.

Geslaagd voor ?examen?
De carnavalsmis is voor veel Bosschenaren, van wie de meesten niet vaak de kerk bezoeken, een graadmeter voor de pastorale performance van een Bossche plebaan. En voorganger Geertjan van Rossem slaagde volgens Brabants Dagblad met vlag en wimpel voor het ?examen?.

Frater Venantius
Met een cap achterstevoren op het hoofd, en een gitaar in de armen, rapte Van Rossem een zelfgemaakte tekst op een succesliedje uit de jaren 1960, ?Zeg maar ja tegen het leven? van frater Venantius (Wim Sonneveld). ?Ik besef dat ik aardig in m?n hemd sta. Maar als ík niet gek doe, dan doen anderen dat wel?, lichtte Van Rossem in de volle Sint-Jan toe.

In het zonnetje gezet
De plebaan zette de traditie voort dat tijdens de carnavalsmis in de Sint-Jan een groep mensen in het zonnetje wordt gezet. Dit keer was dat de pastorale ontvangstgroep van de Sint-Jan. Deze vrijwilligers begeleiden in de maanden april tot en met oktober individuele bezoekers van de Sint-Jan op hun verzoek, beantwoorden vragen en bieden desgewenst een luisterend oor.

Joechee
?Zeg maar ja tegen de gasten, ja tegen de gasten, Van je Amen en je Gloria joechee?, waren de beginregels van het refrein dat Van Rossem maakte op de leden van de pastorale ontvangstgroep die nu een keer zelf als ?gast? werden ontvangen.

Aswoensdag
Plebaan Van Rossem was zich er wel van bewust dat het kerkbezoek op zondag voor de meeste kerkgangers van gisteren geen vanzelfsprekendheid (meer) is. Herhaaldelijk zinspeelde hij daar gisteren op, zoals in zijn slotwoord. ?Geachte mede-Oeteldonkers! Ik vertrouw erop dat u zich straks buiten net zo goed zult gedragen als hier. Mochten drank en feestgedruis u echter naar het hoofd stijgen, weet dan dat u hier het hele jaar terecht kunt om tot rust te komen. Aanstaande woensdag, Aswoensdag, is al een heel mooie gelegenheid.?

Prins Amadeiro
Na de mis was Van Rossem te gast op het stadhuis (net als onder anderen minister Carla Peijs), waar hij vanaf het bordes, lurkend aan een brandewijntje met suiker, het inhalen van prins Amadeiro XXIV gadesloeg.