Bodar billijkt Vaticaanse seminarie-instructie

Hilversum (Van onze redactie) 29 november 2005 - Het vandaag verschenen document van de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding wordt gebillijkt door Antoine Bodar, priester te Rome. “Dat lieden die homoseksualiteit in de praktijk brengen, worden uitgesloten van het seminarie, is evident. Want volledige onthouding in kuisheid wordt van eenieder gevraagd die begint met een opleiding tot priester”, aldus Bodar vandaag tegenover katholieknederland.nl.

Bezwaar tegen publicatiedatum
Bodar, die voordat hij priesterkandidaat werd een homoseksuele relatie had, noemt de Vaticaanse instructie “even precies als ter zake”. Zijn enige bezwaar is de datum van verschijning. “Waarom zo eindeloos gewacht en waarom de Kerk zo veel kwaad berokkend door het eindeloze gespeculeer omtrent hetgeen hét document niet of wel zou bevatten. Meer eigen aan het mediatijdperk zou mijns inziens zijn geweest het document enige maanden eerder te publiceren.”

Homoseksualisering cultuur
Volgens Bodar wil het Vaticaan met deze instructie een signaal afgeven, dat de Kerk seksueel wangedrag door geestelijken bij de wortel wil aanpakken. “Ook wil de Kerk de westerse wereld een draai om de oren geven. Zij keert zich tegen de homoseksualisering van de cultuur, met name tegen de stommiteit van het homohuwelijk, dat natuurlijk geen huwelijk is.”

Begeerten koesteren
Dat mannen met een ‘diepgewortelde homoseksuele neigingen’ van de wijdingen worden uitgesloten, interpreteert Bodar als volgt. “Het gaat daarbij om mannen die diep radicaal alsmaar homoseksuele begeerten blijven koesteren. Deze koestering druist in tegen de eis tot kuisheid. Bovendien kan daardoor een algemeen geestelijk vaderschap niet tot ontwikkeling komen. Ook bereikt men zo nooit de rijpheid om zowel met vrouwen als met mannen evenwichtig en volwassen om te gaan.” Het Vaticaan heeft het volgens Bodar niet over kuis levende mannen met een homoseksuele voorkeur.

Homosubcultuur
De eis dat een priesterkandidaat tenminste drie jaar voor zijn diakenwijding in kuise onthouding moet hebben geleefd, noemt Bodar logisch. “Zo iemand leeft immers vóór die wijding al volledig celibatair.” Dat een kandidaat zich niet moet inlaten met de homosubcultuur, is volgens Bodar eveneens een logisch gevolg van de kuisheidseis. “Zo iemand kan en moet er natuurlijk voor opkomen dat niemand, dus ook niet homoseksueel levende mensen, in een samenleving gediscrimineerd worden. Maar tezelfdertijd houdt een dergelijke kandidaat distantie van de subcultuur die homoseksualiteit maatschappelijk nader aanvaard wil krijgen. Eenvoudigweg omdat elke medewerking aan bevordering van de homoseksuele praktijk indruist tegen hetgeen de Kerk als Gods wil belijdt.”

‘Priester is idealiter hetero’
Bodar is van mening dat vanuit het ideaal van de schepping “de volledig heteroseksuele man idealiter de priester” is. “Hij kan volledig naar het ideaal de Christus vertegenwoordigen die – in plaats van Hem – als  bruidegom werkelijk tegenover de gemeenschap als bruid kan staan.”