Ratzinger in '96 over vernieuwingsdrang NL na Vaticanum II: 'dood spoor'

Hilversum (Van onze redactie) 20 april 2005 - In Nederland is men indertijd doorgeslagen in de door het Tweede_Vaticaans_Concilie ingezette veranderingen; de Kerk raakte er door op "dood spoor". Dat schrijft kardinaal Ratzinger in zijn in 1996 uitgegeven boek Salz der Erde (Ned. Vertaling 1997, Zout der Aarde). Nu Ratzinger als Benedictus XVI heeft aangegeven de lijn van het Concilie te willen doorzetten, is zijn analyse van de ontsporingen in Nederland bijzonder actueel.

Getto
De Nederlandse katholieke geloofsgemeenschap kende aanvankelijk een sterke "innerlijke  harmonie", zij het ook met "getto-achtige trekjes", aldus Ratzinger in Zout der Aarde. De harmonie kon niet langer gehandhaafd worden toen eenmaal de minderheidsstatus van de Nederlandse katholieken verdween, en ze getalsmatig bij de protestanten langszij kwamen.  

'Alles veranderen'
Juist op het moment dat de Nederlandse geloofsgemeenschap uit het getto begon te breken, vond het Tweede_Vatciaans_Concilie plaats. Ratzinger stelt dat de Nederlandse katholieken door deze samenloop van omstandigheden niet alleen hun positie in de staat, hun verhouding tot de moderne cultuur en hun verouderde pastoraal tot voorwerp van discussie gingen maken, maar zelfs het geloof en het wezen van de Kerk. Het Concilie leek in Nederland, aldus Ratzinger, "een algemene volmacht om alles te verifiëren en alles zoveel mogelijk te veranderen".

Rampzalige gevolgen
De gevolgen, zo vervolgt de kardinaal in zijn boek, waren rampzalig: de "katholieke identiteit" was al snel niet meer herkenbaar, geestelijke roepingen droogden op en het kerkbezoek stortte in. Protest, revolutie en veranderingsgezindheid werden een doel in zichzelf (Ratzinger schrijft dat ze "geen object meer hadden") en de Kerk in Nederland raakte, strikt genomen, "op dood spoor".

Lering trekken?
Gevraagd of de Kerk van de gang van zaken in Nederland nog iets zou kunnen leren antwoordde Ratzinger in 1996 dat daar alleen in beperkte zin sprake van zou kunnen zijn: "Men kan daar, waar de dingen sneller gegaan zijn dan ergens anders, duidelijker dan ergens anders, zien wat ontwricht en waar de Kerk werkelijk van leeft."

Geen voorbeeld
Voor de kardinaal was duidelijk dat de 'wilde periode in de theologie' in Nederland voorbij was, en het land, waar van "een einde van het christendom" sprake leek te zijn, ook door de hem zo gewantrouwde linkse, al te vernieuwingsgezinde theologen daarom niet meer als een soort 'gidsland' ten voorbeeld kon worden gehouden.