Oecumenisch Concilie
Een Oecumenisch Concilie is een buitengewone kerkvergadering waar de bisschoppen van de gehele christenheid zich definiërend dan wel bindend uitspreken over dringende kwesties met betrekking tot de geloofsleer of het bestuur van de Kerk.
Algemeen versus particulierHet begrip Oecumenisch Concilie (Grieks: Οικουμενική Σύνοδος; Latijn: Oecumenicum Concilium) dient ervoor om algemene concilies te onderscheiden van particuliere concilies. Een algemeen concilie is een synode (= kerkvergadering) die de gehele Kerk aangaat, een particulier concilie betreft een deel van de Kerk, zoals een kerkprovincie of de kerk van een bepaald werelddeel. Een algemeen concilie wordt 'oecumenisch' genoemd, omdat deze term oorspronkelijk een aanduiding is van 'de bewoonde wereld'.
Oecumene
Oecumene is de gelatiniseerde vorm van het Griekse woord οἰκουμένη (oikoemenè). Oorspronkelijk was het een bijvoeglijk naamwoord en
hoorde het bij γῆ (gè), dat 'aarde' betekent; οἰκουμένη γῆ = 'bewoond gebied'. In
οἰκουμένη zit het woord οἰκος (oikos), dat 'huis' betekent.
Romeinse Rijk
Na verloop van tijd werd οἰκουμένη ook als zelfstandig naamwoord gebruikt. De Grieken spraken van ἡ
οἰκουμένη: de bewoonde wereld; dit ter onderscheid van ἡ ἀνοἰκουμένη (hè
anoikoemenè): dat deel van de aarde waar geen mensen wonen. Men stelde zich voor dat de oecumene een ellipsachtige vorm had, waarvan de lengteas gevormd werd door de lijn tussen de Zuilen
van Hercules (Straat van Gibraltar) en de Tauros Indikos (Himalaya). 'Oecumene' ging op den duur ook 'de beschaafde wereld' betekenen. Barbaren maakten geen deel uit van de oecumene. De
Romeinen gebruikten het begrip min of meer als een synoniem voor het Imperium Romanum. Ten tijde van keizer Constantijn de Grote was 'oecumene' een aanduiding voor het gehele Rijk, zowel het
Westen als het Oosten.
Concilie
Concilies (van het Latijnse con [= 'samen'] en calare [= 'roepen']), zijn samenkomsten van kerkelijke ambtsdragers, voornamelijk bisschoppen, die het voornemen hebben op
collegiale wijze besluiten te nemen over dringende zaken. Deze zaken kunnen theologisch, juridisch of politiek van aard zijn. Concilies worden bijeengeroepen door kerkelijke of wereldlijke
gezagsdragers.
Protoconcilie
De vergadering van de apostelen in Jeruzalem wordt beschouwd als protoconcilie. In hoofdstuk
15 van de Handelingen der Apostelen staat dat de apostelen en de oudsten in Jeruzalem bijeen waren gekomen om de kwestie van de besnijdenis van heidense christengelovigen te bespreken. Na
veel discussie nam Petrus als eerste het woord, daarna werd er geluisterd naar de verslagen van Paulus en Barnabas. Tot slot nam Jacobus de Broeders
des Heren als leider van de christengemeente van Jeruzalem het woord. Nadat hij was uitgesproken namen de apostelen en de oudsten in overleg met heel de gemeente het besluit om
afgevaardigden naar de niet-Joodse christenen van Antiochië te sturen met de mededeling: “De heilige Geest en wij hebben besloten u geen enkele last op te leggen dan alleen wat
strikt noodzakelijk is: u moet zich onthouden van afgodenvlees, bloed, verstikt vlees en ontucht. Als u daarvan afblijft, is het in orde. Het ga u goed” (vers 28, Willibrordvertaling
1995). Opmerkelijk is dat de apostelen en de oudsten spreken van een besluit dat de Heilige Geest en zijzelf genomen hebben. Deze kwestie ging alle christengelovigen aan. Vandaar dat het
Apostelconcilie soms beschouwd wordt als het eerste oecumenische concilie.
Arles en Nicea
Officieel geldt het Concilie van Nicea in het jaar 325 als het Eerste Oecumenische Concilie. Het was door Constantijn I bijeengeroepen, omdat de leer van Arius zijn rijk inwendig dreigde te
verscheuren. Hij riep alle bisschoppen van de oecumene op zich definitief uit te spreken over de ariaanse kwestie, die de gehele Kerk in zijn greep had. Het was niet voor het eerst dat
Constantijn bisschoppen bijeen had geroepen om zich over een theologisch dispuut te buigen. De eerste keer was op verzoek van de donatisten van
Carthago. Hun leer was in 313 veroordeeld op het particulier Concilie van Rome en zij zochten daarop hun toevlucht bij Constantijn, die toen nog augustus van het Westen was. Die besloot hen
tegemoet te komen. Hij riep de Westerse bisschoppen op naar Arelate (Arles) in Gallië te komen om zich over de leer van Donatus uit te spreken. Tussen de 26 en de 44 bisschoppen telde het
Concilie van Arles. Op 1 augustus 314 veroordeelden ook zij het donatisme.
Arianisme
Hoewel het arianisme op het Concilie van Nicea veroordeeld was, bleven de aanhangers van deze leer machtig. Keizer Constantijn riep nog twee concilies bijeen om de strijd definitief te
beslechten. Maar deze keer leek het tij te keren. Tijdens het Concilie van Tyrus in het jaar 335 werd de excommunicatie van Arius opgeheven en werd de grote bestrijder van het arianisme, Sint
Athanasius van Alexandrië, de wacht aangezegd. In datzelfde jaar werd opnieuw een concilie gehouden, ditmaal in Jeruzalem. Ongeveer 200 bisschoppen kwamen daar in eerste instantie bijeen
om de Heilig-Grafkerk in te wijden. Constantijn beval hun zich andermaal over de ariaanse kwestie uit te spreken, met als resultaat dat Arius opnieuw in de Kerk werd verwelkomd. De verwarring
was groot. Het zou tot 381 duren voordat het arianisme weer zou worden veroordeeld.
Concilies onder Constantius II
Na de dood van Constantijn de Grote in 337 werd het Romeinse Rijk in vier delen gesplitst en verdeeld over vier caesars. Zijn zoon Constantius II regeerde over het meest oostelijke deel. Toen
medekeizer Dalmatius nog datzelfde jaar werd gedood en Constantijn II in 340, werd het Rijk verdeeld over Constans I in het Westen en zijn broer Constantius II in het Oosten. De eerste steunde
de orthodoxie, de laatste het arianisme. In 350 stierf Constans I in de strijd tegen usurpator Magnentius. Deze werd echter verslagen door Constantius II, waardoor hij alleenheerser in het Rijk
werd. Zoals zijn vader Constantijn de Grote riep Constantus II concilies bijeen, te weten in Constantinopel (338), Antiochië (341), Sirmium (351), Rome (353), Arles (353), Milaan (355),
Rimini (359), Nike (359), Seleucia (359), Constantinopel (360) en Antiochië (360/61). Constantius stierf in 361.
Concilie van Constantinopel
Keizer Julianus (de Afvallige) volgde Constantius op als alleenheerser over het Rijk, maar hij sneuvelde al in 363 op het slagveld. Zijn opvolger Jovianus, gestorven in 364, draaide veel van de
heidense maatregelen van Julianus terug. Na Jovianus kwam de Valentiniaanse dynastie aan de macht. Gratianus, medekeizer van het Westen, riep een concilie bijeen te Aquilea, in de herfst van
381. Eerder dat jaar, in mei, had Theodosius I, medekeizer in het Oosten, ook al een concilie bijeengeroepen, en wel in Constantinopel, waar al driemaal eerder concilies waren gehouden.
Deze kerkvergadering was in eerste instantie gericht tegen de leer van Macedonius, die de Godheid van de Heilige Geest ontkende. De veroordeling van het arianisme in Nicea werd er
bevestigd. Pas veel later kreeg dit concilie de status 'oecumenisch', waardoor het de geschiedenis inging als het Tweede Oecumenische Concilie.
Anathema
Het epitheton 'oecumenisch' betekende dat de bepalingen voor elke gelovige op aarde bindend waren. De canones waarin ketterijen werden veroordeeld werden beschouwd als definitief en maakten
contraire uitspraken die op particuliere concilies waren gedaan ongeldig. Een ieder die de bindende geloofsartikelen weersprak werd veroordeeld door middel van de plechtige vervloeking
ἀνάθεμα ἔστω (Latijn: anathema sit).
Grote Schisma
Het Grote Schisma van 1054 splitste de Kerk in de Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk. De Orthodoxie erkent alleen de eerste zeven oecumenische
concilies. Het Vierde Concilie van Constantinopel (869-870) wordt door sommige orthodoxen als oecumenisch erkend.
Orthodoxe Kerk
Het is de vraag of er na het Grote Schisma nog wel oecumenische concilies konden plaatsvinden. Een dergelijke kerkvergadering is immers een synode die de gehele Kerk, die van West én Oost,
betreft. De Katholieke Kerk meent van wel, omdat in haar zowel westerse als oosterse kerken verenigd zijn. Dat laatste is het geval met de diverse geünieerde kerken van oosterse ritussen.
Na het Grote Schisma hebben er nog dertien oecumenische concilies volgens de katholieke opvatting plaatsgevonden. Het grote verschil met de eerste acht is dat ze door de pausen en niet door de wereldlijke macht werden bijeengeroepen. Tot aan het Grote Schisma waren alle oecumenische concilies gesommeerd door de Romeinse en
later Byzantijnse keizers. Bij deze concilies had de pausen zich laten representeren door gezanten.
- Eerste Oecumenisch Concilie van Nicea (325)
- Eerste Oecumenisch Concilie van Constantinopel (381)
- Oecumenisch Concilie van Efeze (431)
- Oecumenisch Concilie van Chalcedon (451)
- Tweede Oecumenisch Concilie van Constantinopel (553)
- Derde Oecumenisch Concilie van Constantinopel (680)
- Tweede Oecumenisch Concilie van Nicea (787)
- Vierde Oecumenisch Concilie van Constantinopel (869-870)
- Eerste Lateraans Oecumenisch Concilie (1123)
- Tweede Lateraans Oecumenisch Concilie (1139)
- Derde Lateraans Oecumenisch Concilie (1179)
- Vierde Lateraans Oecumenisch Concilie (1215-1216)
- Eerste Oecumenisch Concilie van Lyon (1245)
- Tweede Oecumenisch Concilie van Lyon (1274)
- Oecumenisch Concilie van Vienne (1311-1312)
- Oecumenisch Concilie van Konstanz (1414-1418)
- Oecumenisch Concilie van Bazel (1431)
- Vijfde Lateraans Oecumenisch Concilie (1512-1517)
- Oecumenisch Concilie van Trente (1545-1563)
- Eerste Vaticaans Oecumenisch Concilie (1869-1870)
- Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie (1962-1965)









