Isidorus van Sevilla
Sint Isidorus (560-636) was aartsbisschop van Sevilla. Hij was een van de grootste geleerden van zijn tijd.
JeugdIsidorus werd omstreeks 560 in de zuid-Spaanse stad Cartagena geboren als lid van een voorname christelijke familie, die zich later vestigde in de Visigotische stad Sevilla. Twee broers van Isidorus werden bisschop en een zus trad in het klooster. Na de dood van zijn vader voedde Isidorus' oudere broer Leander hem op.
Aartsbisschop
Omstreeks 600 volgde Isidorus zijn opvoeder op als aartsbisschop van Sevilla. Hij vervulde zijn ambt als een zeer plichtsgetrouwe bestuurder, die grote zorg had voor
de verbreiding van het Evangelie maar ook voor de instandhouding van het klassieke erfgoed. De Franse historicus Charles de Montalembert (1810-1870) noemde Sint Isidorus: 'le dernier savant
du monde ancien' (“de laatste geleerde van de antieke wereld”).
Isidorus stichtte vele opleidingsinstituten voor geestelijken en bracht talloze belangrijke wetenschappelijke en literaire werken onder in bibliotheken. Hij is de schrijver van de omvangrijke Etymologiae, een van de eerste Europese encyclopedieën. Daarin had Isidorus zo ongeveer alle kennis van zijn tijd samengevat.
Internet
Omdat hij de eerste heilige was die een soort database creëerde, wordt Isidorus door veel katholieke internetgebruikers aangeroepen als patroon van het wereldwijde web.
Bestrijder van arianen
Isidorus verwierf ook faam als bestrijder van het arianisme. Deze dwaalleer die loochende dat de goddelijke natuur van de Zoon gelijk was aan die van de
Vader, werd in Hispania onder zijn leiding nagenoeg geheel uitgeroeid.
Kerkleraar
Isidorus stierf op 4 april 636. Paus Clemens VIII verklaarde hem heilig in 1598. Paus Innocentius XIII verhief hem in 1722 tot Kerkleraar. Zijn feestdag is 4
april.
Graf
De heilige werd begraven in Sevilla. In 712 werd de stad ingenomen door de Moren. Christenen bleven zijn graf echter bezoeken. In het midden van de elfde eeuw wist koning
Ferdinand I (+ 1065) van Léon en Castilië te bewerkstelligen dat de relieken naar christelijk gebied zouden worden verplaatst. Daartoe sloot hij een akkoord met Abbad II al-Mu'tadid
(+ 1069), de Arabische heerser van Sevilla. Ferdinand liet de relieken overbrengen naar de stad Léon (noordwest-Spanje). Tot op de dag van vandaag rustten zij in een graftombe in de
basiliek San Isidoro in Léon.




