Mirakel van Amsterdam
Het Mirakel van Amsterdam was een eucharistisch wonder dat zich in 1345 voltrokken zou hebben. Het maakte van Amsterdam een belangrijk bedevaartsoord. Daar kwam een einde aan toen in 1578 de calvinisten de macht over de stad overnamen.
KalverstraatIn een huis aan de Kalverstraat lag op 15 maart 1345, zo vertelt de overlevering, een man ziek op bed en hij vreesde te sterven. Hij liet een priester roepen om hem te bedienen en van het Heilig Sacrament te voorzien. Na het eten van de Hostie geeft hij echter over. Het braaksel werd vervolgens in het vuur geworpen, maar de onbeschadigde Hostie bleef tot verbazing van de omstanders in het vuur zweven.
Dubbel mirakel
Een vrouw stak haar handen tussen de vlammen, haalde de hostie ongeschonden uit het vuur zonder dat haar handen verbranden en legde deze in een kist. De hostie die de volgende dag door de
priester van de Oude of Nicolaaskerk weer was opgehaald, keerde vanuit de Oude Kerk op wonderbaarlijke wijze in het huis van de man terug. Het was een nieuw mirakel dat zich daarna nog tweemaal
herhaalde. De pastoor bracht de hostie uiteindelijk in een plechtige processie terug naar de Oude Kerk. Het jaar daarna verklaarde bisschop Jan van Arkel dat er sprake van een wonder was
geweest.
Lees meer in het artikel Stille Omgang >>



