Areopaag
De Areopaag is een heuvel in Athene waar zich in de Oudheid het hoogste rechtscollege van de stad bevond. De apostel Paulus heeft er op uitnodiging van filosofen zijn beroemde toespraak tot de heidense Atheners gehouden. Sindsdien is de Areopaag het symbool voor plaatsen waar christelijke geloofverkondiging niet vanzelfsprekend is.
AresAreopagus komt van het Griekse ho Areios pagos, dat 'de Ares-berg' betekent. De heuvel is genoemd naar de Griekse oorlogsgod Ares. De exacte reden ervan is onbekend; mogelijk omdat Ares er door de overige Olympische goden zou zijn berecht voor de moord op een zoon van Poseidon.
Areopagieten
De Areopagus of Areopaag is een heuvel van kalksteen ten noordwesten van de Akropolis in Athene. In de Oudheid kwam daar de naar deze plek genoemde raad bijeen. De
leden ervan werden Areopagieten genoemd. Hun zetels waren in de rotsen van de heuvel uitgehouwen.
Moordzaken en toezicht op godsdienst
Aanvankelijk was de Areopaag de raad van de koning en later het hoogste rechtscollege van de stadstaat (polis) Athene. Tijdens de
Tweede Perzische Oorlog (circa 480 v.Chr.) kwam het staatsbestuur van Athene geheel in handen van de Areopaag. Enkele tientallen jaren later werd die macht op voorstel van onder anderen
Pericles ingeperkt. De Areopaag was vanaf toen enkel een gerechtshof voor moordzaken en toezichthouder op de godsdienst en de olijfteelt. Na de Macedonische verovering van de Griekse stadstaten
(338 v.Chr.) verloor Athene zijn zelfstandigheid en de Areopaag zijn status. Toch bleef de raad in de Hellenistische en Romeinse periode een eerbiedwaardig rechtscollege en
volksvertegenwoordigend orgaan.
'Phryne voor de Areopaag', Jean-Léon Gérôme, 1861. Deze scène beschrijft hoe de courtisane Phryne (4e eeuw v.Chr) voor de Areopaag wordt gedaagd.
Toespraak van Paulus
De Areopaag is in de Bijbelse geschiedenis bekend geworden door de toespraak die Sint Paulus er hield. Toen de apostel op zijn missiereizen in Athene
terechtgekomen was, viel hem op dat de stad vol godenbeelden stond, zo vertelt Lucas in zijn tweede boek Handelingen der Apostelen. De afgoderij maakte Paulus van streek. Hij sprak
daarover met Joden en Godvrezenden in de plaatselijke synagoge. Ook ging hij in debat met mensen op de Agora, het beroemde stadsplein waar de filosoof Socrates (470-399 v.Chr.) was opgetreden.
Daar raakte hij ook in gesprek met filosofen van de School van Epicurus en van de Stoa. Zij namen hem mee naar de Areopaag omdat ze benieuwd waren naar de leer die Paulus verkondigde. Daar
sprak hij over God in een taal die de Atheners konden begrijpen. Sinds de rede van Paulus is de Areopaag in de christelijke traditie een beeld geworden voor plaatsen waar het aan het
woord komen van het christelijk geloof niet vanzelfsprekend is.
'Aan de onbekende God'
Hieronder de passage over de toespraak (Handelingen 17:22-34, Willibrordvertaling 1995).
Paulus ging in het midden van de Areopagus staan en zei: 'Atheners, aan alles zie ik dat u buitengewoon godsdienstig bent. Toen ik rondliep en uw heiligdommen bezichtigde, trof ik ook een
altaar aan met het opschrift: Aan de onbekende god. Welnu, wat u zonder het te kennen vereert, dat kom ik u verkondigen. De God die de wereld gemaakt heeft en alles wat die bevat, de Heer van
hemel en aarde, woont niet in tempels die door mensenhanden gemaakt zijn. Ook laat Hij zich niet door mensenhanden bedienen, alsof Hij iets nodig had, want zelf geeft Hij aan allen leven en
adem en alles. Uit één mens heeft Hij heel het mensenvolk gemaakt om overal op aarde te wonen. Hij heeft bepaalde tijden vastgesteld en hun woongebieden afgegrensd, met de bedoeling
dat ze God zouden zoeken en Hem wellicht tastenderwijs zouden vinden; Hij is immers niet ver van ieder van ons. Want door Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij; zoals ook enkele van uw
dichters hebben gezegd: Wij zijn van goddelijke afkomst. Als we dus van goddelijke afkomst zijn, moeten we niet denken dat het goddelijke overeenkomt met goud, zilver of steen, met producten
van menselijk ambacht en menselijke verbeelding. Zonder te letten op die tijden van onwetendheid zegt God nu de mensen aan dat ze zich moeten bekeren, allemaal en overal. Want Hij heeft een dag
vastgesteld waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen. Daar heeft Hij iemand voor aangewezen, en Hij heeft dit voor iedereen geloofwaardig gemaakt door Hem uit de doden te laten
opstaan.'Toen zij hoorden over opstanding van de doden, dreven sommigen daar de spot mee, maar anderen zeiden: 'Daarover willen wij u nog wel eens horen.' Zo vertrok Paulus uit hun midden. Toch
sloten enkele mensen zich bij hem aan en kwamen tot geloof. Onder hen bevonden zich ook Dionysius de Areopagiet, een vrouw die Damaris heette, en nog anderen.
Sint Paulus op de Areopaag, Sanzio Raffaelo, 1515


