

Het feest van Maria-ter-Sneeuw wordt ieder jaar op 5 augustus in Rome gevierd. Volgens een middeleeuwse legende werd de Romeinse basiliek Santa Maria Maggiore gebouwd op de plek die de Maagd Maria zelf had aangewezen door het er in augustus te laten sneeuwen.
Sneeuw
De middeleeuwse legende van het ontstaan van de basiliek gaat terug tot 358. In de nacht van 4 op 5 augustus van dat jaar zou de Moeder Gods aan de Romeinse grootgrondbezitter Johannes
verschenen zijn. Zij gaf hem de opdracht een kerk voor haar te bouwen op de plaats waar hij ’s ochtends sneeuw zou aantreffen. De volgende morgen snelde hij naar paus Liberius om hem over
zijn droom te vertellen. Die bleek precies dezelfde droom te hebben gehad. En wat bleek: bovenop de Esquilijn, een van de zeven heuvelen van Rome, lag midden in de zomer verse sneeuw.
Basiliek
Volgens de legende bekostigde Johannes de bouw van de kerk in opdracht van Liberius. De kerk werd later afgebroken. Op de resten werd in opdracht van paus Sixtus III tussen 431 en 440 de
huidige basiliek gebouwd ter ere van Maria die door het Concilie van Efeze in 431 als Moeder Gods was erkend. De Latijnse naam van de huidige basiliek luidt: Sancta Maria Maior
('Heilige Maria de Meerdere'), omdat ze de grootste van de veertig Mariakerken in Rome is. Ze wordt ook wel Basilica Liberiana (naar paus Liberius) of Sancta Maria ad Nives
('Sint Maria ter Sneeuw') genoemd.
Witte dahliablaadjes
Ieder jaar op 5 augustus wordt het feest van Maria-ter-Sneeuw groots gevierd. Hoofdcelebrant van de pontificale eucharistie is echter niet de paus maar de aartspriester van de basiliek. Tijdens
deze plechtigheid wordt de legende over het sneeuwwonder verteld en laat men witte dahliablaadjes van bovenuit de kerk naar beneden dwarrelen.

