

De Theologie van de Bevrijding is het antwoord van katholieke theologen op de sociale onrechtvaardigheid die Latijns-Amerika al eeuwen in zijn greep houdt. Vertegenwoordigers van deze stroming menen dat het geloof in Christus vertaald moet worden in een politieke strijd tegen 'zondige' maatschappelijke structuren.
Radicale keuze voor de armen
Blijde Boodschap
De Bijbeltekst die het vaakst door bevrijdingstheologen wordt aangehaald is Lucas, hoofdstuk 4, vers 17-19. Deze passage vormt als het ware het programma van waar het in de bevrijdingstheologie
om gaat. Jezus begint zijn openbare leven en gaat naar de synagoge van zijn eigen stad Nazareth. Toen Hij opstond om voor te lezen, werd hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd. Hij
opende de rol en vond de plaats waar geschreven stond: 'De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar van de Heer af te kondigen.'
De beroemde bevrijdingstheoloog Leonardo Boff in Rio de Janeiro tijdens een interview met KRO-journalist Ad Langebent in oktober 1992 (foto: RKK)
Gaudium et Spes
De wortels van de bevrijdingstheologie liggen in het christelijke humanisme van de 15e en 16e eeuw, de Duitse Politieke Theologie van de jaren zestig en het
Tweede Vaticaans Concilie. Met name het conciliedocument Gaudium et Spes is van grote invloed geweest. Deze zogeheten pastorale constitutie handelt over de positie van de Kerk ten opzichte van
de moderne wereld. Het stuk weerspiegelt het meest van alle documenten van Vaticanum II de tijdsgeest van de jaren zestig: het optimistisch geloof dat ondanks de grootschalige tegenwerking van
het kwaad de wereld is te verbeteren en dichter bij het Rijk Gods is te brengen.
Medellín 1968
De bevrijdingstheologie kreeg wereldwijde bekendheid nadat de Algemene Vergadering van de CELAM in 1968 in de Colombiaanse stad Medellín de nieuwe visie min of meer omarmde. De
Latijns-Amerikaanse bisschoppen verklaarden tijdens deze historische kerkvergadering dat de Katholieke Kerk dient te opereren vanuit 'een voorkeurkeuze voor de armen'. Deze verklaring bracht
een schok teweeg in Latijns-Amerika, waar de meerderheid van de overwegend katholieke bevolking slachtoffer was van economische uitbuiting door een minderheid van grootgrondbezitters, gesteund
door militaire junta's.
Gustavo Gutiérrez
Medellín bracht een vitale beweging op gang. Zij liet zich inspireren door het werk van Gustavo Gutiérrez, een Peruaanse theoloog en dominicaan die in Medellín bisschoppelijk
adviseur was geweest. In 1971 verscheen zijn boek Teologia de liberación. Het was dit boek dat de term 'Theologie van Bevrijding' introduceerde.
Drie dimensies van bevrijding
In Gutierréz' baanbrekende werk stelt hij, wijzende op Lucas 4: 17-19, dat het Evangelie de boodschap van bevrijding behelst. Hij onderscheidt drie dimensies van bevrijding. Ten eerste:
politieke en sociale bevrijding door middel van aanpakken van de wortels van armoede en onrechtvaardigheid. Ten tweede: emancipatie van de armen, onderdrukten en gemarginaliseerden door het
scheppen van mogelijkheden waardoor zij zich vrij en waardig kunnen ontplooien. Ten derde: bevrijding op persoonlijk niveau door de verlossing van egoïsme en zonde en het herstellen van de
liefdesband met God en de medemens.
Kardinaal Arns en bisschop Hélder Câmara
Bekende vertegenwoordigers van de bevrijdingstheologie zijn de Braziliaanse kardinaal Paulo Evaristo Arns en zijn landgenoot, bisschop Hélder Câmara. Toen Arns in 1970
aartsbisschop van São Paulo werd, verkocht hij het aartsbisschoppelijk paleis en liet met de opbrengst een sociale werkplaats bouwen midden in een van de vele krottenwijken van de
miljoenenstad São Paulo. Hij was een moedig tegenstander van de militaire dictatuur die Brazilië van 1964 tot 1984 in een ijzeren greep hield. Ondanks meerdere bedreigingen van
doodseskaders bleef hij zich openlijk uitspreken tegen het bewind. Van Hélder Câmara is de bekende uitspraak: 'Als ik de armen te eten geef noemen ze mij een heilige. Maar als ik
vraag waarom de armen niets te eten hebben, dan noemen ze mij een communist'.


Vier basispunten
De Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie vormt zoals gezegd de basis. Daarom zullen we hier de vier belangrijkste pijlers ervan bespreken:
1) voorkeurkeuze voor de armen;
2) bewustmaking van institutioneel geweld;
3) blootleggen van zondige structuren;
4) orthopraxie.
1. Voorkeurkeuze voor de armen
Extra pauperes nulla salus ('Buiten de armen geen heil'), zo luidt een van de principes van de bevrijdingstheologie. Zij waarschuwt ervoor dat de verklaarde voorkeurkeuze van de
Kerk voor de armen en onderdrukten geen 'vrome praat' mag zijn. Religieuze intenties dienen in concrete acties te worden omgezet. De bevrijdingstheologen houden de Kerk voor dat bevrijding van
mensen uit armoede en onderdrukking niet anders kan dan via de politiek. Dat vergt een kritische analyse van de maatschappij. Voor dat doel hanteerden de bevrijdingstheologen van de
jaren zeventig en tachtig de filosofie van Karl Marx (1818-1883). Critici zeiden dat marxistische maatschappijkritiek echter nooit kan afzien van het in het marxisme vervatte
Atheïsme, Materialisme en Totalitarisme.
2. Institutioneel geweld
Het slotdocument van de algemene bisschoppenvergadering in Medellín (CELAM II) heeft het over 'institutioneel geweld'. Bedoeld is
het onderdrukkend geweld dat schuil gaat achter de maatschappelijke instituties. Bevrijdingstheologen zeiden dat ook de Kerk in Latijns-Amerika schuldig is aan dat uitbuitende
geweld tegen miljoenen mensen, omdat de Kerk eeuwenlang de sociale, economische en politieke status quo heeft bevestigd.
3. Zondige structuren
Bevrijdingstheologen hebben het traditionele zondebegrip verruimd. Niet alleen individuen kunnen zich willens en wetens tegen Gods geboden keren, ook
collectieven kunnen zondigen. Zo bestaan er sociale structuren, gevormd door machthebbers, die massa's mensen in een permanente greep van onderdrukking, uitbuiting en vernedering houden.
Dergelijke structuren zijn zondig omdat ze de bevrijdende werking van het Evangelie in de weg zitten. Het is volgens de bevrijdingstheologen de roeping van iedere christen om deze zondige
structuren bloot te leggen en er vervolgens politiek voor te strijden dat er heilzame structuren voor in de plaats komen.
4. Orthopraxie
Bevrijdingstheologen houden gelovigen voor dat de christen eerder geroepen is orthoprax dan orthodox te zijn. Rechtzinnigheid in de leer is volgens hen van minder
belang dan het bewandelen van een rechtvaardig levenspad. Niet wát je gelooft is van het hoogste belang, maar hoe je je geloof in praktijk brengt(de rechte praktijk, in het Grieks:
orthopraxis). Volgens critici echter prevaleert de orthodoxie altijd boven de orthopraxie, omdat je eerst moet weten hoe je goed moet handelen.
Basisgemeenschappen
De aanhangers van de bevrijdingstheologie in Latijns-Amerika, overtuigd van hun missie om zondige structuren bloot te leggen, begonnen zich in de jaren zeventig te organiseren in de zogeheten
basisgemeenschappen. Zo werden er in de jaren negentig in Brazilië meer dan honderdvijftigduizend van deze gemeenschappen geteld. Die bestonden uit groepen van gemiddeld dertig personen
die zich rond Bijbelstudie en sacramentenviering bezonnen op de beste wijze van actie. In landen waar een militaire dictatuur heerste werd gewapend geweld daarbij niet uitgesloten. Voorbeeld
van een bevrijdingstheoloog die priester en guerrilla was: de Colombiaan Camillo Torres. Hij sneuvelde in een gewapend gevecht tegen het Colombiaanse leger in 1966.
Revolutionair
Veel basisgemeenschappen verenigden het radicale karakter van Jezus' prediking met revolutionaire actiebereidheid. Dat leidde vooral in Midden-Amerika tot grote polarisatie tussen katholieken.
De katholieke elite van grootgrondbezitters beklaagden zich bij het kerkelijk leergezag erover dat het communisme de Kerk was binnengedrongen. De grimmige tegenstellingen van de Koude Oorlog
werden zo toegepast op de lokale strijd tegen onderdrukking en uitbuiting.
Oscar Romero
Onder de hoede van de Verenigde Staten werden revolutionaire bewegingen, waaronder ook de basisgemeenschappen, vaak militair bestreden. In El Salvador leidde dat in 1980 tot de moord op de
moedige aartsbisschop Oscar Romero, die het Salvadoraanse bewind openlijk aanklaagde. Rechtse doodseskaders schoten hem dood omdat hij door de machthebbers werd beschouwd als een
gezagsvolle kerkleider die de revolutionaire krachten binnen de kerk stimuleerde in plaats van bestreed. In werkelijkheid verzette Romero zich met hand en tand tegen het revolutionaire
activisme van priesters en religieuzen. Toch wordt Romero beschouwd als een martelaar van de bevrijdingstheologie.


Ratzinger
Tijdens het pontificaat van Johannes Paulus II was het kardinaal Joseph Ratzinger die als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, een ware campagne tegen de bevrijdingstheologie voerde.
Ratzinger, nu paus Benedictus XVI, stuurde in februari 1983 een brief naar de Peruaanse bisschoppen waarin hij bekendmaakte dat Gustavo Gutiérrez, de grondlegger van de Latijns-Amerikaanse
bevrijdingstheologie, in zijn werk op acht punten dwaalde:
1) marxistische geschiedenisopvatting
2) selectieve Bijbellezing met overdreven aandacht voor armen
3) visie op Heilige Geest als zijnde gescheiden van traditie en ambt
4) klassenbepaalde theologie
5) streven naar Rijk Gods door klassenstrijd, ook binnen de Kerk
6) wijziging van de Kerk in een partizanenbeweging
7) veronachtzaming van de Zaligsprekingen
8) marxistische verdraaiing van het Evangelie.
Vaticaanse instructie
In augustus 1984 vaardigde Ratzinger het document Instructie met betrekking tot bepaalde aspecten van de bevrijdingstheologie uit. Het begint aldus: 'Het Evangelie van Jezus Christus is een boodschap van vrijheid een kracht
van bevrijding'. In dit document worden sommige onderdelen van de bevrijdingstheologie onderschreven. Inderdaad, zegt Ratzinger, moet de Kerk zich inspannen om de bevrijding van de mens op
ieder denkbaar gebied te bespoedigen. Echte bevrijding heeft de mens echter niet zelf in de hand, omdat die van God komt, bemiddeld door Christus. De instructie laat zich verder goed
samenvatten in de hierboven gegeven punten met betrekking tot het werk van Gustavo Gutiérrez.


Jezus als belichaming van onderdrukten
'Wie Marx tot filosoof van de theologie maakt neemt het primaat over van het politieke en de economie, die nu de eigenlijke heilsmachten zijn: de verlossing van de mens gebeurt volgens die
opvatting door de politiek en de economie, waarin de gedaante van de toekomst wordt bepaald. Dit primaat van de praktijk en de politiek betekende vooral dat God niet als 'praktisch' te
classificeren is', aldus Marx. 'De rede van God behoort volgens deze opvatting noch tot het terrein van het praktische, noch tot dat van de realiteit. Die moest worden verschoven totdat het
belangrijkste zou zijn gebeurd. Bleef over de persoon van Jezus, die nu evenwel niet meer als de Christus werd gezien, maar als de belichaming van alle lijdenden en onderdrukten en als hun stem
tot de ommekeer, tot de grote verandering oproept.'