Johannes Paulus II
Karol Józef Wojtyła werd in 1920 in het Poolse Wadowice geboren. In 1964 werd hij aartsbisschop van het Poolse Krakau, in 1967 kardinaal. In oktober 1978 werd hij tot paus verkozen; hij nam toen de naam Johannes Paulus II aan. Hij overleed 2 april 2005.
Trots en onafhankelijk
De vader van Johannes Paulus II heette Karol Wojtyła. De Wojtyła's stamden af van trotse, onafhankelijke boeren uit het hoogland van Galicië. Karol werd op 18 juli
1879 geboren in Lipnik. Over zijn jeugd is weinig bekend. We weten wel dat hij slechts drie jaar de middelbare school bezocht. Karol wilde in de voetsporen van zijn vader treden, en werd
leerling-kleermaker. In 1900 werd hij op 22-jarige leeftijd evenwel opgeroepen om dienst te nemen in het Oostenrijkse leger van keizer Frans Jozef I. Zo begon een bescheiden militaire loopbaan,
waarin hij uiteindelijk de rang van luitenant in het Poolse leger zou bereiken.
Vrome vrouw
In 1906 trouwde Karol met de vijf jaar jongere Emilia Szolc Kaczorowska, een meisje dat in een klooster was opgevoed. Zij was het vijfde kind uit een gezin van dertien
kinderen. Haar vader was stoffeerder. Naar verluidt ontmoette Karol zijn toekomstige vrouw in een kerk in Krakau. Emilia wilde een kaars bij de Heilige Maagd Maria opsteken, toen haar oog viel
op een jonge onderofficier. Emilia, tenger en sensitief, raakte onder de indruk van zijn vroomheid en sterke persoonlijkheid. Niet veel later traden ze in het huwelijk. De dood legde al snel
een schaduw over het jonge paar: dochtertje Olga, de eerstgeborene, overleed direct na haar geboorte.
Wadowice
In 1920 vestigden Karol en Emilia zich in Wadowice. Er was inmiddels een tweede kind geboren: zoon Edmund. Karol Jozef Wojtyła, de latere paus Johannes Paulus II, zag op
18 mei 1920 het levenslicht. Het verhaal gaat dat Emilia onmiddellijk na de geboorte de vroedvrouw zou hebben gevraagd het raam te openen. Op dat moment klonk er namelijk uit hun parochiekerk
in Wadowice gezang ter ere van de Heilige Maagd. Emilia wilde dat het allereerste geluid dat Karol zou horen, een Marialied zou zijn.
Dood van moeder
Een intimus van Johannes Paulus II zei eens dat Emilia zwaar te lijden had. De paus zelf zei over zijn moeder: "Haar gezondheid was slecht. Ze moest hard werken,
waardoor ze weinig tijd had om zich met mij bezig te houden." Emilia was naaister in Krakau. Toen Karol junior nog klein was, werkte ze 's avonds thuis door om extra geld te verdienen. Omdat ze
veel last had van haar rug, kon ze vaak niet zelf boodschappen doen of op de kinderen passen. Emilia overleed in 1929 aan ernstige hart- en nierkwalen. Karol was toen nog maar 8 jaar oud.
Karol en de joden
Het gezin bewoonde in Wadowice een bovenhuis, gelegen aan de overkant van een smalle straat die leidde naar de belangrijkste kerk van het stadje. Het huis werd
gehuurd van een Joodse familie. In het katholieke Polen was het antisemitisme diep geworteld en wijdverspreid. De nog jonge Karol bleek hier immuun voor. Hij had respect voor het joodse leven.
Hij kende de joodse feestdagen en bewonderde de liturgie van de synagoge.
Jongensgymnasium
In 1930 ging Karol naar het openbaar jongensgymnasium in Wadowice. Als gepensioneerd overheidsbeambte hoefde luitenant Wojtyła slechts de helft van het
normale schoolgeld te betalen. Karol had 32 klasgenoten: zonen van handarbeiders, boeren, officieren en vaklieden. Tussen hen groeide een diepe vriendschap, waarbij sociale en religieuze
verschillen amper telden. Een aantal klasgenoten was joods.
Joodse buurjongen
Tot zijn beste vrienden rekende Karol buurjongen Jerzy, de zoon van het hoofd van de joodse gemeente in Wadowice. Karol en Jerzy waren goede voetballers. Toen Jerzy
eens helemaal naar de kerk was gerend om Karol, die misdienaar was, op te halen voor een voetbalpartijtje, sprak een vrouw haar verbazing uit over het feit dat een joodse jongen naast het
altaar verscheen. Karol antwoordde haar: "Zijn wij niet allen kinderen Gods?" Menigmaal kwam het voor dat Karol doelman was van het joodse voetbalteam.
Paus bezoekt Yad Vashem in 2000
Op 23 maart 2000 bezocht Johannes Paulus II het Holocaust Gedachteniscentrum Yad Vashem in Jeruzalem. Tijdens zijn toespraak sprak de paus namens de Kerk zijn diepe bedroefdheid uit over alle onrecht dat christenen Joden hebben aangedaan. Aansluitend een toespraak van de Israëlische premier Barak, die de paus prijst voor zijn baanbrekende werk voor de toenadering tussen Joden en christenen. (Nederlands ondertiteld).
NOS Journaal
Duur: 00:03:06 ©RKK
Broer Edmund
De gebroeders Wojtyła, Edmund en Karol, scheelden 14 jaar in leeftijd. Ondanks dit grote verschil was de relatie tussen beiden zeer hecht. Ze
leken ook uiterlijk veel op elkaar, met hun typische brede, open gezicht. Edmund was dol op zijn broertje. Hij nam Karol mee voor zijn eerste trektocht door de bergen. Ook leerde hij Karol
skiën en deelde met hem zijn liefde voor de natuur. Edmunds gevoel voor humor en passie voor theater waren van grote invloed op Karol. In 1930 waren Karol en zijn vader in Krakau aanwezig
bij de plechtige uitreiking van de medische bul aan Edmund. In de indrukwekkende aula van het Collegium Maius van de oude Jagiello-universiteit zag een trotse Karol hoe een groep mannen in
prachtige, academische gewaden zijn grote broer speciale eer betoonden. 'Magnum cum laude' was het oordeel van de hoogleraren. Voor luitenant Wojtyla betekende Edmunds artsentitel dat het gezin
eindelijk een financiële steun had om op terug te vallen.
Overlijden van Edmund
Op 5 december 1932 sloeg het noodlot toe. Karol senior en junior ontvingen op die dag het bericht dat Edmund was overleden. Tijdens een roodvonkepidemie had
Edmund een nacht lang gewaakt bij een jonge patiënte. Hij raakte besmet en ging door een hel, zowel fysiek als psychisch. De laatste vier dagen van zijn leven bracht de jonge arts door in
vertwijfeling en wanhoop. Aan de hoofdarts die zijn stervende assistent probeerde te troosten, bleef Edmund vragen: "Waarom ik? Waarom nu?" In 1983 sprak Johannes Paulus II in een toespraak
over het overlijden van zijn broer: "Deze gebeurtenis staat diep in mijn geheugen gegrift. De dood van mijn broer greep mij misschien nog wel meer aan dan die van mijn moeder. Dat komt ook door
de bijzondere, ja tragische omstandigheden van zijn dood, en door mijn rijpere leeftijd."
In de ban van het toneel
Als 14-jarige gymnasiast raakte Karol Wojtyła in de ban van de magische wereld van het toneel. Aangemoedigd door zijn leraren ging hij ook zelf de
planken op. Menigmaal speelde hij de hoofdrol in schoolproducties. In 1935 gooide Karol hoge ogen met zijn dubbelrol in een vertolking van Balladyma van Slowacki, een allegorisch Pools drama.
Twee dagen vóór de première bleek zijn tegenspeler niet in staat om op te treden. Terwijl anderen in paniek raakten, bood Karol aan ook de rol van zijn tegenspeler te spelen.
Onmogelijk, zei de regisseur. Hoe kon hij die rol in zo'n korte tijd uit zijn hoofd leren? 'Ik heb hem al tijdens de repetities geleerd' antwoordde Karol, wiens geheugen later nog veel indruk
zou maken.
Moeilijke tijden
In 1938 ging Karol studeren in Krakau. Ook zijn vader kwam in de stad wonen. De beide Karols hadden het financieel moeilijk. Uiteindelijk moest de gepensioneerde
luitenant Wojtyla zijn oorspronkelijke vak van kleermaker zelfs weer opnemen. Karol junior droeg in die tijd pakken die zijn vader had gemaakt van oude legeruniformen.
Actief studentenleven
Karol had zich in Krakau ingeschreven aan de faculteit Wijsbegeerte, waar de sectie Poolse filologie deel van uitmaakte. Door zijn buitengewone interesse in
literatuur, poëzie en toneel was hij vastbesloten Pools letterkundige te worden. Met nieuwe vrienden uit Krakau had Wojtyła buiten de universiteit veel bezigheden. Zo werd hij lid van
het gezelschap voor experimenteel toneel Studio Dramtyczne 38, de kring van het Levende Woord, de Poolse Filologische Kring, de Vereniging van Liefhebbers van de Poolse Taal en de Vereniging
van Broederlijke Bijstand voor Studenten van de Jagiello Universiteit.
'Leerling heilige'
Karol Wojtyła stond als stille, vriendelijke jongeman zonder enige twijfel in hoog aanzien bij zijn vrienden en collega's. Dit bijna ondanks zijn godsdienstig
engagement en zijn neiging om zich wat solitair op te stellen. Nu en dan plaagden vrienden hem met zijn vroomheid. Een vriendin van de universiteit en medeactrice schreef dat ze 'op een dag
voor de grap een briefje op zijn lessenaar vastmaakten waarop stond: Karol Wojtyła, leerling heilige! Maar hij leek het niet erg te vinden'.
Een eerste mentor
Op ieder belangrijk keerpunt in zijn leven heeft Karol Wojtyła altijd kunnen rekenen op een persoonlijke raadgever. Een eerste mentor was Mieczyslaw
Kotlarczyk, een enthousiast animator van het studententoneel. In de laatste jaren van het gymnasium en aan het begin van zijn studietijd in Krakau was Kotlarczyk op zijn vader na de
belangrijkste persoon in Karols leven. Kotlarczyk, veertien jaar ouder dan Karol, gaf de jonge student raad op intellectueel, cultureel en dramaturgisch vlak. Ook was hij altijd bereid als een
vriend te luisteren naar de dromen en ideeën van de enthousiaste Karol.
Oorlog
Toen in 1939 de Duitsers Polen binnenvielen, sloegen vader en zoon Wojtyła net als zoveel anderen op de vlucht. Per bus, vrachtwagen en paardenkar legden ze ongeveer 150
kilometer af naar de stad Rzeszow, waar ze korte tijd verbleven. Voordat ze de volgende stad konden bereiken, moesten ze vanwege de zwakke gezondheid van Karol senior naar Krakau
terugkeren.
Neerslachtig
In november 1939 werd de universiteit van Krakau door de Duitsers gesloten. Karol Wojtyła was actiever dan ooit, ondanks zijn werkloosheid en het stopzetten van
zijn studie. Aan een vriend schreef hij over deze tijd: 'Ik ben heel serieus bezig. Sommige mensen vervelen zich vandaag de dag dood, maar ik niet. Ik omring mezelf met boeken, ik trek burchten
op van kunst en studie. Ik werk. Zou je geloven dat ik bijna tijd te kort kom? Ik lees, schrijf, studeer, bid en voer een innerlijke strijd. Soms voel ik me verschrikkelijk en heb ik last van
stress en verdriet. Soms voel ik me neerslachtig en dan weer boos. Maar ineens zie ik het weer zitten en schijnt het licht in de duisternis'. Aan het einde van 1939 en tijdens het grootste deel
van 1940, tot hij voltijds begon te werken, schreef Karol indrukwekkend veel werken van hoogstaande kwaliteit. Hij schreef talloze gedichten en drie toneelstukken met bijbelse thema's. Ook
vertaalde hij Oedipus Rex van Sophocles vanuit het Grieks naar het Pools.
Levende Rozenkrans
Tijdens een godsdienstig debat in een salesianenkerk, in februari 1940, leerde hij Jan Leopold Tyranowski kennen. Tyranowski zou zijn tweede mentor worden.
Tyranowski was kleermaker en stond bekend als een zonderlinge man. Deze vrome leek leidde een gebedsgroep voor jongeren, die hij de 'Levende
Rozenkrans' noemde. Nieuwe leden werden door hemzelf
geworven. Vaak sprak hij op straat vreemde jongeren aan en overtuigde hen van de kracht van het gezamenlijk gebed. Karol werd tot in het diepst van zijn hart geraakt door deze mysterieuze man.
Zonder hem was Karol wellicht nooit priester geworden. Kotlarczyk had Karol geleerd dat het goede moet worden nagestreefd door middel van het schone; Tyranowski leerde hem dat het priesterschap
een nog snellere manier was om een goed mens te worden.
Gevaar
Karol junior moest, in het moeilijke jaar 1940, een baan zien te vinden om in het onderhoud van zijn vader en zichzelf te voorzien. In augustus 1940 kon hij in een
restaurant als loopjongen aan de slag. Op een gegeven moment begonnen de nazi's jacht te maken op alle gezonde Polen om hen dwangarbeid te laten verrichten. Het was voor Karol dus gevaarlijk om
in Krakau als boodschappenjongen rond te lopen. Zijn vrienden snelden hem te hulp. Bij een razzia kon alleen een bijzondere pas hem redden, daarom werd er voor Karol een baan geregeld. Hij zou
gaan werken bij Solvay, een chemische fabriek even buiten de stad. Omdat Solvay door de Duitsers werd beschouwd als 'onontbeerlijk voor de oorlogsinspanning', kregen alle Solvay-arbeiders de
begeerde bijzondere pas.
Werk in een steengroeve
Karol werd aangesteld in de steengroeve van Solvay. Zijn werk begon met de aanleg van een spoorlijn. Als 'Schwerarbeiter' ontving Karol extraatjes op het
voedselrantsoen. De normale maandelijkse rantsoenen bestonden uit een stuk pezig vlees, meerdere kilo's zwart brood, marmelade, sigaretten en een liter vodka. Karol ruilde zijn sigaretten om
voor spek, dat hem kracht moest geven. Nooit hoorde men hem klagen, maar het was de steeds mager wordende Karol aan te zien dat hij het zwaar had.
Verzet, maar niet gewapend
In 1941 werd het ondergrondse 'Rapsodie Theater' opgericht. Dit gezelschap raakte al snel betrokken bij de ondergrondse Unia, de culturele arm van het
militaire verzet. De Unia beschouwde het christendom als de bepalende ideologie voor maatschappelijke vooruitgang. Deze visie sloot goed aan bij Karols ontluikende belangstelling voor
sociaal-wijsgerig denken, maar let wel: volgens vriend, verzetsstrijder en collega Zukrowski was Karol gekant tegen de gewapende strijd tegen de nazi's. Hij vond dat de Polen in 1939 al het
mogelijke hadden gedaan om de aanvallers te weerstaan. 'De rest ligt in Gods handen en de Voorzienigheid zal ons leiden naar onze lotsbestemming', zei hij tegen zijn vrienden. Ondanks hun
vriendschap hield Zukrowski het daarom voor Karol geheim dat hij in het militaire verzet zat.
Alleen op de wereld
Karols vader was op 18 februari 1941 aan een hartaanval overleden. Karol, nog maar 21 jaar oud, stond er in de grimmige oorlogstijd plotseling helemaal alleen
voor. In 1943 schreef Karol zich in aan de illegale theologische faculteit van Krakau. De Duitsers voerden in Polen een waar schrikbewind: op deze clandestiene inschrijving stond bijvoorbeeld
de doodstraf. Terwijl hij overdag zware arbeid verrichtte, studeerde Karol in zijn spaarzame vrije tijd filosofie en theologie. Karol meldde zich bovendien bij het aartsbisdom, waar hij te
kennen gaf priester te willen worden. De aartsbisschop van Krakau, Adam Stefan Sapieha, een telg uit een oud adellijk geslacht, nam Karol onder zijn hoede. Sapieha zou voor Karol, na Kotlarczyk
en Tyranowski, een derde belangrijke mentor worden. Voor Wojtyła was Sapieha de ideale bisschop: streng, moedig, rechtvaardig, vroom en onverzettelijk.
Ondergronds seminarie
Aartsbisschop Sapieha had in 1942 een clandestien seminarie in het aartsbisdom Krakau opgericht. Karol was een van de tien priesterkandidaten die Sapieha
toeliet tot het eerste studiejaar. Samen met een andere seminarist mocht hij twee jaar lang iedere morgen de mis dienen die de aartsbisschop in zijn privé-kapel opdroeg.
Aan de dood ontsnapt
In de middag van 29 februari 1944 liep Wojtyła na een dubbele ploegdienst bij Solvay naar huis. Hij was ernstig vermoeid. Toen hij zich duizelig begon te
voelen, werd hij door een voorbijrijdende Duitse legertruck aangereden. Hij viel keihard tegen de stoeprand aan en verloor het bewustzijn. Als een passagier in een voorbijrijdende tram hem niet
had zien liggen, zou Karol wellicht gestorven zijn. De dame sprong uit de tram en liep naar hem toe, in de overtuiging dat hij dood was. Op dat ogenblik stopte er een legerauto. Een Duitse
officier onderzocht Wojtyła en zag dat hij nog leefde. De officier beval de vrouw het bloed van Karols gezicht te vegen. Daarna liet hij een vrachtwagen met timmerhout stoppen en beval de
chauffeur de gewonde Karol naar het ziekenhuis te vervoeren. In het ziekenhuis werd vastgesteld dat Karol een hersenschudding had opgelopen. Hij was ongeveer negen uur buiten bewustzijn.
Wojtyła heeft nooit geweten wie die Duitse officier was, maar schreef wel een bedankbriefje naar de dame uit de tram.
Zwarte Zondag
In augustus 1944, kort na de opstand in Warschau, veegden de nazi's de straten van Krakau schoon. Zo wilden ze voorkomen dat de opstand naar de stad zou overslaan. Alle
mannen tussen 15 en 50 jaar werden opgepakt. Deze dag zou de geschiedenis ingaan als Zwarte Zondag. Karol had tijdens deze grootscheepse razzia net op tijd zijn souterrain in de Tyniecka-straat
weten te bereiken. Hij hoorde het geschreeuw en het gestamp van de Duitse soldaten. Karol begon te bidden, eerst op zijn knieën en later languit op de vloer liggend. Boven hem hoorde hij
soldaten het trappenhuis binnenstormen. Gelukkig zagen zij in hun haast de deur naar het souterrain over het hoofd. Sommige biografen van paus Wojtyla zien in deze Duitse 'slordigheid' een
ingreep van God in de aardse werkelijkheid.
Ondergedoken
Na de razzia van augustus '44 besloot aartsbisschop Sapieha dat zijn zeven seminaristen niet meer op zichzelf mochten wonen. Voor hun eigen veiligheid gaf hij ze
onderdak in zijn paleis. Hij beval hen zwarte togen te dragen, zodat ze voor geestelijken zouden worden aangezien. Aartsbisschop Sapieha wist via het verzet te regelen dat Wojtyła's naam
uit het arbeidersregister werd geschrapt. De man die dat deed, was zich bewust van het enorme gevaar dat hij daarmee liep. "Ik zou voor de aartsbisschop zelfs in het vuur springen", zou de man
hebben gezegd. Het toont aan hoeveel respect de aartsbisschop genoot. Tot het einde van de oorlog bleven de priesterstudenten in de bisschoppelijke residentie en waagden zich niet
buiten.
Bevrijding
Na de bevrijding van Polen keerde Karol Wojtyła terug naar de heropende Jagiello Universiteit. Hij werd gekozen tot vice-voorzitter van de studentenvereniging en
wijdde zich aan de voltooiing van zijn derde en vierde jaar theologie. Van april 1945 tot augustus 1946 werkte hij bovendien als assistent-docent. Zoals overal in Polen spitsten de gesprekken
onder zijn collega's en vrienden zich toe op de toekomst van het land, dat onder controle van de Sovjetunie was gekomen. Wojtyła, beslist geen sympathisant van de communisten, nam echter
niet actief deel aan dergelijke gesprekken.
Geblokkeerde kloosterroeping
Tot twee keer toe probeerde Karol kort na de oorlog om toegelaten te worden tot het karmelieter noviciaat van Czerna. Maar beide keren gaf aartsbisschop
Sapieha geen toestemming. 'Ik heb honderden keren toestemming verleend aan verschillende kandidaten die in het klooster wilden', lichtte de aartsbisschop toe. 'Ik heb slechts twee keer
geweigerd. Een keer betrof het de eerwaarde Koslowski, die ook uit Wadowice afkomstig is. Dit is de tweede keer dat ik nee zeg.' Tegen het hoofd van de Poolse karmelieten zei Sapieha: 'Als
gevolg van de oorlog kampen we met een priestertekort. Het diocees heeft Wojtyla hard nodig'. En hij besloot met de profetische woorden: 'En bovendien zal de gehele Kerk hem hard nodig
hebben'.
Priesterwijding en studie in Rome
Op 1 november 1946,
Allerheiligen, werd Wojtyła door aartsbisschop Sapieha in de kapel van het bisschoppelijk paleis tot priester gewijd. De
volgende dag,
Allerzielen, droeg Wojtyła zijn eerste mis op. Omdat Sapieha veel vertrouwen had in Wojtyła's intellectuele potentieel, stuurde hij hem in het najaar van 1946 voor
verdere studie naar Rome, weg uit het roerige Polen. Op bevel van Sapieha schreef Wojtyła zich in aan het Angelicum, de pauselijke universiteit van de dominicanen. De conservatieve oude
man was namelijk fel gekant tegen de meer progressieve jezuïeten.
Angelicum
De voorkeur van Sapieha voor het Angelicum kwam goed aan bij Wojtyla. Karol voelde zich namelijk steeds meer aangetrokken tot de daar gedoceerde leer van Sint
Thomas van Aquino, bijgenaamd de Doctor Angelicus. In Rome woonde Wojtyła in het Belgisch College. Daar raakte hij bevriend met de Vlaming Gustaaf Joos, die hij in 2003 tot kardinaal zou
creëren. Ondanks Sapiehas wantrouwen jegens de jezuïeten, volgde Wojtyła toch diverse lezingen aan hun Gregoriana Universiteit. Naast zijn studie legde Karol zich ook toe op de
talen Italiaans, Frans en Engels.
Padre Pio
In maart 1947 reden Karol en een medestudent naar San Giovanni Rotondo bij Napels om de mis bij te wonen van de kapucijn
Padre Pio. Deze eenvoudige monnik had de
reputatie wonderen te verrichten en helderziend te zijn. Sinds de Eerste Wereldoorlog ontving hij de zogeheten stigmata op zijn handen, voeten en in zijn zij. Tienduizenden gelovigen stonden in
de rij om bij Padre Pio te biechten, ook de jonge priester Wojtyła. Toen de kapucijn hem zag, voorspelde hij dat Wojtyła eens op de troon van
Petrus zou plaatsnemen, maar ook dat hij
het doelwit zou worden van een moordaanslag. Vijftien jaar later, in 1962, zou bisschop Wojtyła pater Pio in een brief om diens gebed voor een theologiestudente uit Krakau
vragen, een moeder van vier kinderen, die aan kanker leed. De week daarop schreef Wojtyla hem een dankbrief: de studente was namelijk plotseling genezen. Beide brieven zitten in het dossier van
het heiligverklaringproces. In 1999 verklaarde Wojtyla als paus Johannes Paulus II Pio heilig.
Doctor
In juni 1948 keerde Karol Wojtyła na anderhalf jaar studie in Rome als doctor in de theologie terug naar Polen. Hij was gepromoveerd op een filosofisch
proefschrift over de Spaanse mysticus
Johannes van het Kruis. Nog in hetzelfde jaar 1948 promoveerde Wojtyła aan de Jagiello Universiteit in Krakau als doctor in de
theologie.
Landelijke parochie
Aartsbisschop Sapieha koos voor zijn favoriete jonge priester de landelijke parochie Niegowice uit waar hij pastorale ervaring op kon doen: dopen, biechthoren,
huwelijks- en begrafenismissen opdragen, de zieken en zwakkeren bezoeken, preken en zich bekommeren om de parochianen op het platteland.
Communistische machinaties
In juli 1948 arriveerde de 28-jarige Wojtyla in Niegowice. Het was een afgelegen, bescheiden dorp, ongeveer 50 kilometer van Krakau. Het telde 200
inwoners en omvatte een houten kerk en een groepje huizen zonder elektriciteit, stromend water of riolering. In Niegowice ervoer Wojtyla voor het eerst hoe het stalinistische apparaat werkte.
De geheime politie wilde de plaatselijke katholieke Jonge-Mannenvereniging ontbinden en vervangen door een afdeling van de Socialistische Jeugd. Eerst trachtten zij een lid van Wojtyla's groep
over te halen om informatie over de jonge parochiepriester te verstrekken. Vervolgens probeerden zij anderen te chanteren met hetzelfde doel.
Karol en het communisme
Stanislaw Wyporek, Wojtyła's twee-vinger-typist, was één van degenen aan wie een agent had gevraagd verslag uit te brengen over de
activiteiten van de jonge katholieken, maar hij weigerde mee te werken. Op een avond nam de politie Wyporek mee in een auto naar een vlakbij gelegen dorp, ranselde hem af en beschuldigde hem
ervan lid van een clandestiene groepering te zijn. De volgende morgen kwam de jongen volledig ontredderd en in shock om 9 uur terug in Niegowice. Wojtyła, die hem op straat tegenkwam,
kalmeerde en troostte hem. 'Maak je geen zorgen, Stanislaw. Zij zullen zichzelf vernietigen', zei hij over de communisten. Later zei hij tot andere leden van de groep: 'Socialisme is niet
strijdig met de leer van de kerk, maar het zijn de methoden van de communisten die botsen met de kerk. Het communisme dringt het volk materialistische opvattingen op, het martelt de natie.' In
die tijd verdwenen ontelbare onschuldige mensen in de gevangenissen van het stalinistische regime.
Geen verzet
Toen Stanislaw Wyporek jaren later Wojtyła bezocht in zijn woning in Krakau, zag hij in diens boekenkast werken staan van Marx, Lenin en Stalin. 'Bekeert u zich
tot een andere ideologie?' vroeg hij gekscherend. Wojtyła antwoordde: 'Als je je vijand wilt begrijpen, moet je weten wat hij heeft geschreven.' Dergelijke openlijke politieke opmerkingen
maakte Wojtyła overigens zelden. Hij gaf Wyporek de raad de geheime politie de waarheid te vertellen over de bezigheden van de jongens uit de parochie. Er viel niets te verbergen.
Wojtyla's speciale pedagogie begon vorm te krijgen. Wyporek: 'Nooit vertelde hij ons verzet te bieden. "De slechte dingen," zei hij, "moeten worden overwonnen door goedheid. Wij moeten het
goede voorbeeld geven. Wij moeten onze nederigheid tonen."'
Vrienden voor het leven
Toen Wojtyła na een jaar al weer weg moest uit zijn eerste parochie, liet hij een nieuwe kerk achter, waaraan hijzelf ook had meegebouwd. Hij liet er
ook een groep mensen achter die de rest van zijn leven vrienden zouden blijven.
Studentenpastor
Aartsbisschop Sapieha riep Wojtyła in maart 1949 terug naar Krakau en plaatste hem in de universiteitsparochie Sint-Florianus. Karol had als kapelaan het
fundamentele belang van de jeugd ontdekt en deze benoeming zorgde ervoor dat hij zijn ongebruikelijke verstandhouding met jongeren kon verdiepen door het ontwikkelen van nieuwe pastorale
methoden. Bovendien hield hij contact met het culturele en intellectuele leven van Krakau en kon hij zijn eigen literaire en filosofische pogingen vormgeven.
Nieuwe vorm van opvoeding
Toen Wojtyła met de jonge studenten en studentes van Sint-Florianus tochten naar de bergen en meren maakte, was zijn doel een nieuwe vorm van
opvoeding uit te proberen. De uitstapjes waren niet alleen opgezet als een gelegenheid voor plezier in de buitenlucht. De natuur was een manier om dichter bij God te komen en de ziel door
bespiegeling wakker te schudden. De wandelgroep begon de dag steevast met het oprichten van een altaar - een op zijn kop liggende kajak of een stapel stenen -, waarop dan het offer van Christus
werd gevierd. Daarna vertrokken zij om door de bergen te trekken of in hun kajaks een meer over te steken. Wojtyła liep voorop, meestal gekleed in een gemakkelijk zittend poloshirt en een
korte broek. Zo kon de geheime politie hem niet als priester herkennen. Het was geestelijken immers verboden om groepen jongeren buiten kerkelijk verband te begeleiden.
Seksualiteit
De jonge mannen en vrouwen noemde Wojtyła
wujek ('oom'). Meestal koos hij een jongen of een meisje uit om de dag mee door te brengen. Hij voerde dan
urenlang persoonlijke gesprekken met hem of haar. Iedere avond at hij met mensen uit een andere tent. De jongeren spraken vrijuit met hun 'wujek'. Soms zelfs openhartig over problemen in hun
liefdesleven. Velen waren weliswaar verloofd, maar mannen en vrouwen sliepen in aparte tenten. Voor Wojtyła werd de aandacht voor seks, liefde en het huwelijk het fundament van zijn
jongerenpastoraat. Het sprak de jongeren aan dat hij niet meteen met kerkelijke huwelijksvoorschriften op de proppen kwam, maar in eerste instantie aandacht had voor de persoonlijke beleving
van de verloofden. Die houding was toen uiterst onconventioneel. Vele jaren voor de katholieke herwaardering van het huwelijk door het
Tweede Vaticaans Concilie ontwikkelde Wojtyła een
eigen visie die in die tijd als modern beschouwd werd. Hij was ervan overtuigd dat het huwelijk, net zoals het priesterschap, een echte roeping is.
Hernieuwde studie
Na twee en een half jaar in de Sint-Florianusparochie begon een nieuwe episode in het leven van Wojtyła. Aartsbisschop Baziak, die na de dood van kardinaal
Sapieha in 1951 de leiding over het aartsbisdom Krakau had overgenomen, besloot om Wojtyła opnieuw te laten studeren.
Intellectueel leven
Als kind was Karol Wojtyła al geïnteresseerd in de grote vragen van het leven. Door de familiedrama's die hij meemaakte, leed hij aan melancholische
buien. Dan trok hij zich vaak in de stilte terug om na te denken. Als scholier verbaasde hij zijn medegymnasiasten doordat hij het beroemde filosofische werk
Kritik der reinen Vernunft
van Immanuel Kant in het Duits had gelezen. Het paste dus dat hij vele jaren studeerde. Kort na het afsluiten van zijn studies begon Wojtyła met de publicatie van wijsgerige artikelen. Ze
gingen vooral over de waardigheid van het menselijk individu. Een denker die hem inspireerde om een synthese te maken van het thomistische en het moderne denken was de Duitse fenomenoloog Max
Scheler. Wojtyła gaf in 1953 zelfs een proefschrift in het licht, waarin hij het ethische systeem van Scheler beproefde als fundament voor een christelijke ethiek. Wojtyła
bekritiseert Scheler daarin overigens, maar geeft ook de potentie aan die de door de Duitse wijsgeer gehanteerde fenomenologische methode voor een christelijke ethiek zou kunnen hebben. Vanaf
1954 doceerde Wojtyła aan de Universiteit van Lublin en in 1956 bekleede hij er als hoogleraar de leerstoel Moraalfilosofie.
Hulpbisschop
Paus Pius XII benoemde Karol Wojtyła op 4 juli 1958 tot hulpbisschop van Krakau. De vraag van aartsbisschop Baziak 'Aanvaardt u de benoeming?' beantwoordde
Wojtyła meteen met 'Waar moet ik tekenen?' De bisschopswijding, verricht door aartsbisschop Baziak, vond plaats op 28 september 1958 in de Wawel-kathedraal van Krakau.
Tweede Vaticaans Concilie
In 1959 werd het Tweede Vaticaans Concilie aangekondigd door paus Johannes XXIII. Alle bisschoppen van de wereld waren gerechtigd om aan een algemeen
concilie deel te nemen. Een enthousiaste Wojtyła reageerde als een van de eersten door kort na de aankondiging al zijn ideeën naar Rome te sturen. De jonge bisschop was van plan
actief aan de conciliesessies deel te nemen.
Liefde en verantwoordelijkheid
In 1960 publiceerde Wojtyła zijn boek
Liefde en Verantwoordelijkheid. Daarin betoogde hij dat de menselijke persoon geen object is, maar
een wezen dat zichzelf pas ten volle kan verwerkelijken als hij zichzelf geheel wegschenkt aan de ander. Deze wijsgerige overtuiging probeerde hij als priester, bisschop en later ook als paus
voor te leven. Hij vatte zijn ambt op als een manier tot zelfgave. Voor hem waren het celibaat en het huwelijk gelijkwaardige levenswijzen waardoor de mens zijn roeping tot heelheid kon
beleven.
Opnieuw in Rome
Veertien jaar na zijn eerste bezoek aan Rome bevond Karol Wojtyła zich bij aanvang van het Tweede Vaticaanse Concilie opnieuw in de Eeuwige Stad, ditmaal als
bisschop, filosoof en concilievader. De hulpbisschop van Krakau was niet alleen de jongste bisschop van de Poolse delegatie, maar na kardinaal Wyszynski van Warschau was hij zonder enige
twijfel ook het belangrijkste Poolse lid. In afwachting van de openingsplechtigheid op 11 oktober 1962 bracht Wojtyła zijn eerste week in Rome door met het bezoeken van zijn Romeinse
connecties, sommigen invloedrijk en goed geïnformeerd. Daarnaast begon hij met hulp van zijn Poolse vrienden contacten te leggen met prelaten van de machtige
Curie en met andere
bisschoppen uit de vijf continenten.
Hoge achting
Tijdens de eerste zitting van het concilie eind 1962 sprak Wojtyła de concilievaders tweemaal toe en legde hij hen twee teksten voor. Daarmee maakte hij indruk omdat
hij blijk gaf van een brede kennis. Hij sprak over de kerkelijke hiërarchie, ingewikkelde liturgische kwesties en over 'wijzen van sociale communicatie', waarmee hij de media bedoelde.
Zelfs als jonge bisschop van achter het IJzeren Gordijn zag hij het enorme belang in van de media bij de verkondiging van de christelijke boodschap. Bij zijn collega's stond Wojtyła in
hoge achting door zijn filosofische kennis en door zijn pastorale betrokkenheid. Ook werd hij bewonderd om zijn buitengewoon vermogen om te luisteren.
Lumen Gentium
Op 7 oktober 1963 was Wojtyła opnieuw in Rome voor de tweede zitting van het concilie. Hoewel hij tijdens de zitting van 1963 in de
Sint-Pietersbasiliek slechts
één keer het woord nam, leverde hij een belangrijke bijdrage aan de dogmatische constitutie over de Kerk
Lumen Gentium ('Licht van de Volkeren'), het belangrijkste document van
Vaticanum II.
Reis naar het Heilig Land
Na de tweede zitting ging Wojtyła in december 1963 met een internationale groep bisschoppen voor tien dagen op bedevaart naar het
Heilig Land. Het werd
een zeer emotionele ervaring die een blijvende indruk op hem zou nalaten. Het was ook de eerste keer dat Wojtyła zich buiten
Europa begaf.
Aartsbisschop
Op 13 januari 1964 benoemde paus Paulus VI Wojtyła tot Aartsbisschop van Krakau. De benoeming was de uitkomst van een uiterst ingewikkelde en delicate procedure
waarbij zowel het aartsbisdom Krakau, de Poolse primaat Wyszynski, de
Heilige Stoel als de Poolse communistische overheid een rol speelden. Het is van belang de perikelen rond deze
benoeming wat uitgebreider te schetsen.
Een opmerkelijke gang van zaken
Na de dood van aartsbisschop Baziak in 1962 stond kardinaal Wyszynski van Warschau - de belangrijkste kerkleider van Polen - voor een probleem. Wie
kon hij voordragen als nieuw hoofd van het aartsbisdom Krakau? Volgens de officiële procedure was hij bij wet verplicht de Poolse regering een lijst te overhandigen met drie kandidaten en
te wachten op het groene licht van de gezaghebbers in Warschau. Die kandidaten moesten natuurlijk ook door de
Heilige Stoel goedgekeurd zijn. Op de lijst die hij indiende ontbrak Wojtyła's
naam. De kandidaten die er wel opstonden werden echter door de regering verworpen. Vervolgens diende Wyszynski een tweede lijst in. Ook die werd afgewezen. Wyszynski had dus ten minste zes
kandidaten in overweging genomen die hij geschikter achtte dan Wojtyła om de bisschopszetel van Krakau te bezetten, hoewel deze daar toen waarnemend aartsbisschop was. De communisten
maakten vervolgens hun eigen wens bekend: Karol Wojtyła.
Leven van Karol Wojtyla in een notendop
Dit filmje vertelt kort het verhaal van Karol Wojtyla vanaf zijn geboorte in Wadowice tot aan zijn benoeming tot kardinaal. Het is het opmerkelijke relaas van een jongen die vroeg wees werd en ondanks alle tegenspoed bleef geloven in de Goddelijke Voorzienigheid.
Doorslaggevende rol van de communisten
De communisten dachten dat Wojtyła meer tot dialoog bereid was dan de prelaten op Wyszynski's lijst. De kameraden waren bovendien
gefascineerd door Wojtyła's intellectuele kwaliteiten. Bovendien wilden zij geen 'politiek vijandige' bisschoppen. Wojtyła had immers de reputatie apolitiek te zijn. Als filosoof leek
hij slechts geïnteresseerd in academische kwesties. Dat maakte hem in de ogen van de communisten ongevaarlijk en daarom was hij voor hen de juiste man voor Krakau, Polens tweede stad. Een
andere reden voor hun keuze was het bruuskeren van Wyszynski. Door steun te bieden aan iemand die niet zijn favoriet was, hoopten zij tweedracht in de Kerk te zaaien.
Grove misrekening
De Heilige Stoel ging uiteindelijk akkoord met het communistische voorstel en Wojtyła werd tot aartsbisschop benoemd. Maar Wojtyła wilde de communisten
niet in de kaart te spelen en zorgde ervoor zo snel mogelijk met Wyszynski op één lijn te komen. De aartsbisschop van Warschau ging akkoord en beide kerkleiders sloten de rijen.
Zodoende vormden ze de morele pijlers van de anticommunistische beweging in Polen. De communisten hadden een grove misrekening gemaakt.
Gaudium et Spes
De derde zitting van het Tweede Vaticaans Concilie begon op 14 september 1964 en zou zeven weken duren. Het woord van Wojtyła, nu aartsbisschop van Krakau, zou
in de vergadering meer gewicht blijken te dragen. Wojtyła gaf blijk van een onvermoeibare werklust. Hij sprak de vergadering toe over oecumene, godsdienstvrijheid, lekenapostolaat en de
verhouding Kerk en wereld. Deze laatste kwestie leidde tot het baanbrekende conciliedocument
Gaudium et Spes ('Vreugde en Hoop'). Bij de totstandkoming van dit document vond Wojtyła
dat de originele ontwerptekst zoals voorgesteld door de pauselijke voorbereidingscommissie, ontoereikend was. Het stoorde hem dat in die tekst aan katholieken en niet-gelovigen 'op dwingende
wijze' waarden werden opgelegd. Dat kon niet meer, vond de aartsbisschop van Krakau. De Kerk zou voortaan met de wereld in dialoog moeten treden.
Nostra Aetate
De vierde en laatste zitting van het Tweede Vaticaans Concilie vond plaats in september 1965. In deze zitting kwam het tot een verhitte strijd tussen progressieven en
conservatieven over het thema godsdienstvrijheid, in het bijzonder over de relatie tussen de Kerk en de niet-christelijke godsdiensten, met name de joden. De verklaringen over de
godsdienstvrijheid werden goedgekeurd, waaronder ook
Nostra Aetate ('In onze Tijd'), waarin de relatie met de niet-christelijke godsdiensten werd behandeld. In paragraaf vier werd
verklaard dat de kruisiging van Jezus 'niet zonder onderscheid kan worden aangerekend aan alle toen levende joden, noch aan de joden van nu'. Voor de Kerk betekende dat een historische
doorbraak. Wojtyła was een van de redacteuren van de verklaring en sindsdien beriep hij zich steeds op deze verklaring om zijn beleid tegenover de joden en de staat Israël te
rechtvaardigen, zowel voor als tijdens zijn pontificaat.
Anticommunistische strategie
In Polen ontpopte Wojtyła zich, zoals gezegd, als een pijler van de anticommunistische beweging. Zijn strategie bestond eruit de communisten te
bestoken met persoonlijke en schriftelijke protesten tegen elke schending van wat hij beschouwde als de rechten van de Kerk of de mensenrechten in het algemeen. Ook ging hij in zijn preken
hevig tekeer en overspoelde hij de overheid met petities. Zo vroeg hij om bouwvergunningen voor kerken en toelatingen voor openbare processies en bedevaarten. Ook klaagde hij onophoudelijk over
het oproepen van seminaristen voor de militaire dienst. Op zijn beurt bleef het regime de Kerk dwarszitten. Zo werd primaat Wyszynski in mei 1967 een paspoort geweigerd toen hij in Rome de
bisschoppensynode wilde bijwonen. Wojtyła, ook lid van de synode, kreeg wel een paspoort, maar weigerde uit solidariteit met zijn ambtsbroeder af te reizen.
Kardinaal
Op 29 mei 1967, 11 dagen na zijn 47e verjaardag, kreeg Wojtyła het bericht dat Paulus VI hem tot kardinaal had verheven. De benoeming was in Polen een volslagen
verrassing. Hoewel Wyszynski de enige Poolse kardinaal was, was er geen druk op de Heilige Stoel uitgeoefend om een tweede kardinaal te benoemen. Bovendien waren er andere Poolse
aartsbisschoppen die ouder waren dan Wojtyla en dus eerder voor een kardinalaat in aanmerking waren gekomen. Aartsbisschop Wojtyła stond dus in de gunst bij Paulus VI, zo concludeerde men.
Op 28 juni 1967 ontvingen Karol Wojtyła en 26 anderen in de Sixtijnse Kapel van het Vaticaan de kardinaalshoed uit handen van de paus.
Wonderjaar 1978
Door zijn verheffing tot kardinaal was Wojtyła gerechtigd en verplicht om bij de dood van een paus in een conclaaf een nieuwe opperherder te kiezen. Na het
overlijden van Paulus VI ging op 25 augustus 1978 het conclaaf van start. De kardinalen kozen al na één dag een nieuwe paus: kardinaal Albino Luciani werd Johannes Paulus I. Luciano
overleed al na enkele weken. Zo kwam het dat Wojtyła op 14 oktober wederom deelnam aan een pausverkiezing, niet wetende dat hij twee dagen later als Johannes Paulus II het conclaaf
zou verlaten.
Paus gekozen
Op 16 oktober 1978 werd Karol Wojtyła tot paus gekozen. Uit respect voor zijn voorganger nam hij de naam Johannes Paulus II aan. Hij werd de 263e opvolger van
Petrus en de 264e bisschop van Rome. Hij was nu de opperherder van 700 miljoen rooms-katholieken. De stoere, atletische Poolse kardinaal, 58 jaar oud en 1,73 meter lang, was daarmee de jongste
paus sinds 1846 en de eerste niet-Italiaan sinds 1523.
Toespraak JPII vlak na zijn ambtsaanvaarding
Na het Habemus Papam presenteerde de nieuwe paus zich na aan de menigte op het Sint-Pietersplein en sprak hij de gelovigen in het Italiaans toe. "De zeer eminente kardinalen hebben iemand uit een ver land benoemd... Ik was bang om dit ambt te aanvaarden, maar ik heb het in de geest van gehoorzaamheid gedaan..."
Frisse wind
Nadat Wojtyła zijn uitverkiezing had aanvaard, werd hij naar een ruimte geleid waar hij de witte pauselijke toog aantrok. Toen hij weer in de
Sixtijnse Kapel was, zag hij dat voor het altaar een leunstoel was neergezet. Volgens traditie moest hij daar plaatsnemen om de geloften van trouw van de kardinalen in ontvangst te nemen. Maar
Wojtyła pakte het anders aan. Hij wou zijn 'broeders' staande ontvangen; voor menig ooggetuige een teken dat er een frisse wind door de Kerk zou gaan waaien.
Verpletterende indruk
Niemand had in 1978 verwacht dat de opvolger van de plotseling overleden Johannes Paulus I een nog grotere indruk op de massa kon maken dan deze 'lachende
paus', maar toen op 16 oktober kardinaal Wojtyła als de nieuwe Plaatsbekleder van Christus op de grote loggia van de Sint-Pieter verscheen, maakte hij meteen een verpletterende indruk. Als
nieuwe bisschop van Rome zei de pontifex tot de Romeinen op het Sint-Pietersplein: "Als ik fouten maak in uw taal, ik bedoel onze taal, verbeter mij dan alstublieft." Een gejuich barstte los.
'Totus tuus': een bijzondere Mariadevotie
Toen Wojtyła paus werd, koos hij als wapenspreuk:
Totus tuus (Geheel de uwe). Die uitdrukking is afkomstig van de heilige
Louis-Marie Grignion de Montfort (1673-1716), een theoloog wiens spiritualiteit veel invloed had op Wojtyła. 'Uwe' slaat hier op Maria. Net als Grignion de Montfort wilde Karol zijn
leven in dienst stellen van Maria als middelares van goddelijke barmhartigheid. "Dankzij de heilige Louis-Marie leerde ik alle schatten van de Maria-devotie ontdekken. Als kind luisterde ik
bijvoorbeeld naar de getijden van de Onbevlekte Ontvangenis van de Allerheiligste Maagd Maria die in de parochiekerk werden gezongen. Dankzij Louis-Marie zag ik de theologische en bijbelse
rijkdommen die ze bevatten. Hetzelfde gebeurde met de volksliedjes, bijvoorbeeld de Poolse kerstliedjes, en de klaagliederen over het lijden van Jezus Christus in de vastentijd, waarin de
dialoog van de ziel met de Moeder van Smarten een bijzondere plaats inneemt. Deze geestelijke ervaringen waren de basis voor de weg van gebed en contemplatie die mij uiteindelijk naar het
priesterschap zou voeren en voor alles wat daarna gebeurde", zo schreef Johannes Paulus in zijn boek 'Gave en geheim' (1996). De paus zou een groot pleitbezorger van het 'psalter van Maria'
ofwel de Rozenkrans blijken, en in het zicht van zijn 25-jarig pontificaat zelfs een speciaal 'Jaar van de Rozenkrans' instellen.
Reislust
Paulus VI was als eerste paus de wereld rondgetrokken. Johannes Paulus II was van plan in zijn voetsporen te treden. En hoe! In 1979 ondernam hij zijn eerste apostolische
reis naar de Dominicaanse Republiek, Mexico en de Bahamas. De massa's gelovigen aldaar waren door het dolle heen. De wereld maakte kennis met een mediagenieke herder die de Kerk voorzag van een
nieuw élan. In datzelfde jaar reisde hij ook naar zijn geboorteland Polen. Dat bezoek ging de geschiedenis in als de eerste spirituele aanval op het communistische Oostblok. Het charisma
van de paus gaf de Polen hoop op een betere toekomst en sterkte hen in hun vrijheidsverlangen. In 1979 begaf de paus zich ook naar de Verenigde Staten, Ierland en Turkije. Vooral in het door
media beheerste Amerika registreerden de televisiecamera's een optreden van een veerkrachtige persoonlijkheid, van wie de wereld nog veel kon verwachten.
IJzeren discipline
De wereld was erg onder de indruk van de stijl van de nieuwe paus. Maar achter zijn vrolijkheid, charme en charisma ging de persoonlijkheid schuil van een
ijzersterke man, weinig bereid tot het sluiten van compromissen. Hier stond een man die veeleisend was en radicaal, strijdend tegen de verburgerlijking van de Kerk. Johannes Paulus II legde de
katholieke geestelijkheid van begin af aan een ijzeren discipline op. Zo stond hij erop dat priesters en religieuzen te allen tijde hun religieuze kleding zouden dragen. Ook maakte hij van meet
af aan duidelijk dat hij de leer van paus Paulus VI inzake anticonceptie zou handhaven. Tot grote verbazing van veel waarnemers herstelde Johannes Paulus II eigenlijk het oude monarchale en
absolute model van het pausschap. Daarbij leek hij het collegialiteitprincipe van
Vaticanum II terug te draaien.
Diplomatie
Op het vlak van internationale betrekkingen werd Johannes Paulus II de eerste moderne paus die de Heilige Stoel opnieuw een volwaardige speler in wereldlijke
aangelegenheden maakte. Hij maakte van het Vaticaan een moderne staat en breidde de diplomatieke betrekkingen met regeringen in alle windstreken steeds verder uit. De diplomatie van
Johannes Paulus II was in de allereerste plaats gericht op de situatie in zijn geboorteland Polen en in de rest van Oost-Europa, zelfs in de Sovjetunie. Vanaf het prille begin ijverde Johannes
Paulus II echter ook voor het bewaren van de vrede. Zo kwam hij in 1979 zelf diplomatiek in actie om een dreigende oorlog tussen Argentinië en Chili af te wenden. Ook riep hij voortdurend
op tot sociale rechtvaardigheid in de Derde wereld en maakte hij zich sterk voor godsdienstvrijheid en respect voor de mensenrechten overal ter wereld.
Betekenis voor Polen
Vooral in de eerste jaren van zijn pontificaat was paus Wojtyła een politieke factor om rekening mee te houden. De rol die hij speelde bij het
ineenstorten van het Warschau-pact kan nauwelijks worden onderschat. Er zijn zelfs commentatoren die beweren dat zonder Johannes Paulus II de Koude Oorlog nog zou hebben gewoed. Zeker is dat de
Poolse communisten in 1979, toen Wojtyła voor het eerst als paus zijn geboorteland bezocht, erg nerveus waren. Ook de machthebbers in het Kremlin hielden hem angstvallig in de gaten. Want
hier betrof het een voormalig Pools onderdaan, die deze keer als soeverein hoofd van een wereldwijde organisatie op communistisch grondgebied een leer zou prediken die indruiste tegen de
heersende marxistisch-leninistische doctrine. De vrees van de communisten bleek gerechtvaardigd, want de paus vijzelde het moreel van de geknechte Polen dusdanig op, dat zij moed vatten om in
eigen land met het gehate communisme af te rekenen.
Aanslag
Op woensdag 13 mei 1981 verliet Johannes Paulus II rond vijf uur 's middags het apostolisch paleis voor de algemene audiëntie op het Sint-Pietersplein. Vast onderdeel
van de audiëntie was de rondrit over het plein om de menigte toe te wuiven. Alles leek normaal toen Wojtyła in zijn open pausmobiel stapte. Op zijn rit langs de zuilengang was de paus
op zijn gemak. Zoals altijd bevond zijn persoonlijk secretaris, mgr. Stanislaw Dziwisz, zich vlak achter de paus, die rechtop stond. Opeens klonken er vier schoten en de duiven op het plein
vlogen op. De persoonlijk secretaris vertelde: 'Ik begreep niet direct wat er gebeurd was, omdat niemand had gedacht dat zoiets mogelijk was. Niemand kon geloven dat iemand zou proberen de paus
te vermoorden'. Johannes Paulus II en zijn veiligheidsdienst moeten echter geweten hebben dat er een zeker gevaar dreigde. In 1981 was namelijk al een keer een bom op een station ontploft,
één uur voordat de paus daar zou arriveren, en in januari 1980 had de Franse geheime dienst de paus laten weten dat van communistische zijde een moordaanslag werd beraamd.
Gewond
Op 26 november 1979 had de Turkse terrorist Mehmet Ali Agca in het openbaar gezworen dat hij de paus zou vermoorden tijdens diens bezoek aan Turkije. De man die op 13 mei
1981 op het Sint-Pietersplein diverse schoten op Johannes Paulus afvuurde was deze Mehmet Ali Agca. Hij haalde de trekker van zijn automatische 9 mm-Browning op zes meter van de paus over.
Secretaris Dziwisz: 'Ik zag dat de Heilige Vader was geraakt. Hij wankelde, maar er was geen bloed of verwonding te zien. Ik heb hem toen gevraagd: "Waar?" Hij antwoordde: "In mijn buik".
Daarna vroeg ik nog: "Doet het pijn?" Hij antwoordde: "Ja".' De paus was gewond in de maagstreek, aan zijn rechterelleboog en aan de wijsvinger van zijn linkerhand. Zodra de chauffeur van de
pausmobiel besefte wat er was gebeurd, reed hij zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde ambulance.
Wonder
'De Heilige Vader keek ons niet aan', herinnerde mgr. Dziwisz zich later. '"Mijn moeder Maria! Mijn moeder Maria!", bleef hij herhalen. Zijn ogen waren gesloten, hij had veel
pijn.' Zelf vertrouwde de paus de Franse journalist André Frossard later toe: 'Op het moment dat ik viel, had ik het levendige voorgevoel dat ik gered zou worden. Deze zekerheid heeft mij
nooit verlaten, zelfs niet in de ergste ogenblikken.' De kogel had een wonderbaarlijke baan gevolgd waardoor er geen onherstelbare schade was aangericht. 'Als de kogel de aorta had geraakt, was
de paus ogenblikkelijk dood geweest,' merkte mgr. Dziwisz op. 'Hij heeft de ruggengraat niet geraakt of een ander vitaal orgaan. Het was een echt wonder.' De artsen beaamden dat.
Fatima
Johannes Paulus II geloofde dat zijn leven wonderbaarlijk was gered door Onze Lieve Vrouw van Fatima. De aanslag had immers plaatsgehad op 13 mei: de feestdag waarop gevierd
werd dat op 13 mei 1917 Maria verscheen aan drie Portugese herderskinderen. Na de aanslag had de paus al verklaard: '…één hand vuurde, en een andere hand leidde de kogel.' De
kogel zou later verwerkt worden in de kroon van het beroemde Mariabeeld van Fatima.
Vergiffenis
Wie er verantwoordelijk was voor de moordaanslag op zijn leven, heeft Johannes Paulus II nooit geïnteresseerd. Mgr. Andrzej Deskur, een vertrouweling van de paus,
vroeg hem eens: 'Waarom volgt u de processen [van Agca en zijn veronderstelde medesamenzweerders] niet?' De paus antwoordde: 'Het interesseert me niet, omdat het de duivel was die dit heeft
gedaan. En de duivel kan op duizend manieren samenspannen, maar geen enkele daarvan interesseert me.' Johannes Paulus II schonk vrijwel direct na de aanslag vergiffenis aan Ali Agca. Tijdens
het bezoek aan de cel van Agca in een Romeinse gevangenis spraken de paus en Agca 20 minuten met elkaar. Na afloop knielde Agca en kuste de hand van de paus. Later zei Agca in interviews dat
'de paus alles weet'. Inmiddels lijkt het steeds waarschijnlijk dat achter de aanslag verschillende communistische geheime diensten zaten. Uit stukken uit het Stasi-archief zou
blijken dat de Russische KGB opdracht gaf, de Oost-Duitse Stasi coördineerde en de Bulgaarse geheime dienst uitvoerde. Agca blijft echter volhouden dat de aanslag zijn eigen
initiatief was.
Ondergang van het Oostblok
Historici zijn het er inmiddels wel over eens: Johannes Paulus leverde, zoals gezegd, een wezenlijke bijdrage aan de ondergang van het Oostblok, die zijn
apotheose beleefde bij de val van de Berlijnse Muur in 1989. Meteen al na zijn pausverkiezing was Wojtyla de inspirator van het Poolse anticommunistische verzet. Het was in Polen dat men voor
het eerst sinds de Praagse Lente van 1968 weer massaal de straat op durfde om te demonstreren tegen de onderdrukking. Dat gebeurde onder leiding van de vrome katholiek Lech Walesa die aan het
hoofd stond van de vakbond Solidarnosc.
Alliantie met Reagan
De Amerikaanse journalist Carl Bernstein en zijn Italiaanse collega Marco Politi beweren in hun boek
His Holiness (1996) dat paus Johannes Paulus II in de
jaren tachtig een 'heilige alliantie' met VS president Ronald Reagan heeft gesloten. Dit 'geheime verbond' zou volgens het journalistenduo tot stand zijn gekomen door een deal tussen Reagan en
de paus: de CIA zou Solidarinosc steunen als de paus in ruil daarvoor de marxistische bevrijdingstheologie in Latijns-Amerika zou aanpakken. In 1981 werd op Reagan én op Johannes Paulus
een aanslag gepleegd. In 'His Holiness' wordt beweerd dat William Clark, Nationale Veiligheidsadviseur in 1982 en 1983, de Amerikaanse president had horen zeggen dat zowel hij als de paus
geloofden dat ze beiden de aanslagen op 'wonderbaarlijke' wijze hadden overleefd. Dat zou een band tussen de twee hebben geschapen; beiden meenden instrumenten te zijn van de
Goddelijke Voorzienigheid. Clark: 'Zij deelden dezelfde spirituele visie op het Sovjetimperium: het goede of het juiste zou uiteindelijk in het goddelijk plan overwinnen.'
Teleurstelling
Wojtyla gaf na de Val van de Muur in 1989 wel uiting aan zijn teleurstelling over het feit dat de bevrijde volkeren zich nu overgaven aan de heftigste vormen van
kapitalisme en hedonisme. In een brief aan zijn oude vriend Juliusz Kydrinski schreef hij: "Hoe wijs en vooruitziend was Mozes om de Israëlieten eerst veertig jaar door de woestijn te
laten trekken, alvorens hen het Beloofde Land binnen te voeren". Daarmee bedoelde de paus dat de omwenteling te snel was gegaan.
Vrede en gerechtigheid
Na het einde van de Koude Oorlog trad Johannes Paulus II voornamelijk op het toneel van de internationale politiek als apostel van vrede en gerechtigheid. De
positie die hij toen innam, kan welbeschouwd als apolitiek geduid worden. De paus trok namelijk nooit partij en kwam ook niet op voor het eigen belang. Vanuit deze positie bemiddelde hij tussen
conflicterende partijen. Zo ontving hij vóór het uitbreken van de Tweede Golfoorlog zowel George Bush en Tony Blair als Tariq Aziz, de toenmalige vice-premier van het Irak van Saddam
Hoessein.
Euforie en kritiek
Aanvankelijk had de internationale pers vooral oog voor de charismatische uitstraling van de nieuwe paus. In het bijzonder maakte zijn optreden tijdens de pastorale reizen naar de Derde Wereld en het Oostblok veel indruk. Later veranderde de euforie in ongezouten kritiek. Zijn vasthouden aan de traditionele opvattingen over het kerkelijk ambt en de seksualiteit viel slecht bij progressieve stromingen binnen en buiten de Kerk.
Ingreep in Nederland
Johannes Paulus II greep als paus in verschillende kerkprovincies in, als hij meende dat de bloei van de geloofsgemeenschap hierom vroeg. Met name in de
aangelegenheden van de Nederlandse kerkprovincie speelde hij al kort na zijn uitverkiezing een grote rol.
Nederlandse kerkpovincie anno 1978
De veranderingen in de RK-Kerk in Nederland na het Tweede Vaticaans Concilie waren zeer ingrijpend.
Katholiek Nederland kwam internationaal sterk
in de schijnwerpers te staan. De Heilige Stoel zag zich genoodzaakt tot een aantal correctieve maatregelen. Verdeeldheid en onderling wantrouwen in de Nederlandse geloofsgemeenschap werden
steeds sterker. Deze situatie trof Johannes Paulus II aan bij zijn aanvaarding van zijn ambt in 1978. Al een half jaar nadien kondigde hij aan een bijzondere synode te willen houden met de
Nederlandse bisschoppen.
Communio
In Nederland vreesden sommigen een ingrijpen van de paus, terwijl anderen, zoals bisschop Gijsen van Roermond dat juist bepleitten. Volgens het Vaticaan echter wilde de
paus 'samen met de bisschoppen de voornaamste theologische en pastorale vraagstukken van de Nederlandse kerkprovincie behandelen', zoals staatssecretaris mgr. Casaroli schreef.
Kardinaal
Willebrands gaf de kernvraag van de synode aldus weer: in Nederland zijn veel vernieuwingen doorgevoerd, 'en nu vragen wij ons af wat er is gelukt en wat niet'. Toen de bijeenkomst in januari
1980 plaatsvond, was het de eerste keer in de geschiedenis van de Kerk dat de bisschoppen van één kerkprovincie in Rome, bij de paus, vergaderden. 'Communio' was het sleutelwoord, en
dat zou niet de laatste keer zijn.
Johannes Paulus op bezoek in Nederland
In 1985 bracht Johannes Paulus II een bezoek aan Nederland. Het bezoek vormde het hoogtepunt van de grote verdeeldheid die de Nederlandse
kerkprovincie dreigde te verscheuren, de zogeheten polarisatie, die ontstond na het Tweede Vaticaans Concilie. De Nederlandse katholieken raakten verdeeld over een vernieuwingsgezinde en een
traditioneel-kerkelijke pool. De bisschoppen kozen ervoor om de paus zo min mogelijk met de verschillende denkbeelden in de kerkprovincie te confronteren. Sommige groeperingen voelden zich
daardoor buitengesloten en organiseerden op acht mei 1985 een manifestatie onder de titel 'Het andere gezicht van de kerk'. Tijdens het bezoek, waarbij de paus er zelfs blijk van gaf de
Nederlandse taal te hebben verkend, bleek dat hij goed in staat was om met kritische geluiden om te gaan. Zo luisterde hij met rust en aandacht naar Hedwig Wasser, die als woordvoerster van de
'vrouw en geloof'-beweging van haar tevoren vastgestelde tekst afweek om een aantal zorgen kenbaar te maken. Daarna bedankte hij haar hartelijk.
Ad Limina 1988
Tijdens het Ad-Liminabezoek in 1988 trok de paus de lijn die bij de bijzondere synode in 1980 begon door. Hij prees de bisschoppen voor hun inspanningen om de
verhoudingen te verbeteren en moedigde hen aan om door te gaan op de ingeslagen weg. Ook gaf hij er subtiel blijk van een zekere mate van Nederlandse eigenwijsheid wel te kunnen waarderen.
Tijdens het bezoek van 1985, zo zei hij, 'heb ik iets mogen proeven ... van de werklust en ondernemingszin van de Nederlanders, van hun eeuwenlange traditie van vrijheid en tolerantie'. Ook
roemde hij de relatief grote inzet van lekengelovigen in ons land.
Vraagtekens
Bij het Ad-Liminabezoek van 1993 gaf de paus aan dat hij de situatie in Nederland niet langer als uitzonderlijk zag, zoals kardinaal Simonis het verwoordde in
Een-twee-een. De secularisatie, in Nederland bijzonder krachtig op gang gekomen, had inmiddels immers in heel West-Europa onverbiddelijk toegeslagen, zowel buiten als binnen de Kerk. Niettemin
plaatste de paus grote vraagtekens bij de 'voorlopersrol' van Nederlandse katholieken die het geloof al te wereldlijk beleefden. Dat gold overigens ook voor de voorlopersrol van Nederland op
het gebied van de wetgeving over bijvoorbeeld abortus en euthanasie. Ten tweede stelde de paus vast dat de 'agressiviteit van de kritische bewegingen minder werd', en herhaalde hij zijn oproep
tot communio onder de bisschoppen: 'Opnieuw richt ik mij tot u met een dringende oproep dat u eendrachtig samenwerkt ... Eventuele onenigheden tussen de bisschoppen kunnen niet anders dan
verwarring veroorzaken bij de gelovigen', aldus de paus.
'Nederland Missieland'
Het Ad-Limina bezoek van 1993 had veel gevolgen. De paus stemde in met de conclusie van de bisschoppen dat 'men zonder overdrijving kan stellen dat de kerken
in Nederland zich in een missionaire situatie bevinden', een zin die in de pers terechtkwam als 'Nederland missieland'. Maar de manier om aan het einde van de twintigste eeuw missie te
bedrijven, daar was men het over eens, was anders dan aan het begin van die eeuw. Het nieuwe toverwoord was 'dialoog'. Voor de harde confrontatie, zo luidde de conclusie in Rome, was geen
plaats meer.
Een genormaliseerde kerkprovincie
Bij het Ad-Limina bezoek van 2004 bleek Nederland een genormaliseerde kerkprovincie te zijn. Johannes Paulus II hield dan ook een weinig
verrassende toespraak tot de Nederlandse bisschoppen, waarin –zoals zo vaak in de laatste jaren van zijn pontificaat- nadrukkelijk aandacht vroeg voor de bevordering van roepingen
tot het priesterschap en voor evangelisatie.
Slechte gezondheid
Vanaf het jaar 2000 ging de gezondheid van Johannes Paulus II hard achteruit. Regelmatig werd er dan ook over gespeculeerd of hij vrijwillig zijn ambt zou
neerleggen. Velen beschouwden zijn openbaar optreden als een gênante vertoning, zeker na het verlies van zijn spraakvermogen in maart 2005. Was het geen tijd voor plaatsvervangende
schaamte bij de beelden van een pausdie zichtbaar naar adem moest happen? Kon een man die zijn spraakvermogen was verloren nog wel een wereldorganisatie leiden? Zelf beschouwde
Johannes Paulus zijn zwakke conditie als een evangelisch wapen. De Kerk, zo hield hij de mensheid voor, is wezenlijk anders dan de wereld, die jeugdige kracht en fysieke schoonheid
verheerlijkt. De Kerk is de gemeenschap van Jezus Christus, de lijdende dienaar van God. Ook Johannes Paulus wilde een lijdende dienaar zijn. Daarmee stelde hij in een wereld die vaak zo
Godverlaten lijkt, Christus voor miljoenen opnieuw present
.
Overlijden en uitvaart
Johannes Paulus II overleed in de avond van 2 april 2005. Zijn uitvaart werd op 8 april gehouden op het Sint-Pietersplein. De voorganger was
kardinaal Ratzinger, die anderhalve week later zelf paus werd.
Santo subito 8 april 2005
Tijdens de uitvaart scandeerde een grote groep gelovigen ‘Santo subito' ('Heilig nu'). Daarmee eisten ze een spoedige heiligverklaring van hun geliefde paus. Eind juni 2005 werd het zaligverklaringsproces van Karol Wojtya geopend.
Kruispunt
Duur: 00:01:18 ©RKK
Zalig verklaard
Paus
Benedictus XVI verklaarde zijn directe voorganger zalig op 1 mei 2011 tijdens een mis op het Sint-Pietersplein. Het lichaam van Johannes Paulus II werd
bijgezet in het altaar van de Sint-Sebastianuskapel aan de noordzijde van de Sint-Pietersbasiliek.
Bij het schrijven van dit lemma is gebruik gemaakt van de volgende boeken:
- Johannes Paulus II, Naar Gods beeld. Man en Vrouw
- Johannes Paulus II, Over de drempel van de hoop
- Johannes Paulus II, Gave en geheim
- Rick Balkin en Nich Bakalar red., Paus Johannes Paulus II, Woorden van troost, hoop en inspiratie
- Carl Bernstein en Marco Politi, Zijne Heiligheid
- Andreas Englisch, Johannes Paulus II. Het geheim van Karol Wojtyla
- André Frossard, 'Wees niet bang!'
- Tad Sculz, Paus Johannes Paulus II, de biografie
- David Willey, Politicus namens God