Paasfeest
Tijdens het Paasfeest viert de Kerk dat Jezus Christus door zijn lijden, sterven en verrijzen, ons van onze zonden heeft bevrijd. Het feest in ruime zin begint op Palmzondag en eindigt met Pasen. In enge zin is er sprake van een Driedaags Paasfeest, het zogeheten Paastriduüm.
Goede Week
In de aanloop naar Pasen neemt de Goede Week van oudsher een belangrijke plaats in. De Goede Week telt de zeven dagen van Palmzondag tot en met Stille
Zaterdag. Deze week, tegenwoordig ook wel Stille Week genaamd, werd door de christengemeenschap al vanaf de vierde eeuw als bijzonder onderscheiden. In de Griekse en Latijnse kerktaal is
doorgaans sprake van Heilige of Grote Week. Als het Paasfeest ruim wordt opgevat, omvat het de Goede Week, de Paaswake en het eigenlijke Pasen.
Lijden, sterven en verrijzenis
De Goede Week staat geheel in het teken van het lijden en sterven van Jezus Christus. De Goede Week eindigt tijdens de Paaswake. Die wake vormt de
overgang naar de blijde viering van de verrijzenis: het eigenlijke Pasen. De Paastijd is dan begonnen, een tijd die na vijftig dagen zal uitmonden in Pinksteren.
Palmzondag
De laatste zondag in de Veertigdagentijd is tevens de eerste dag van de Goede Week: Palmzondag, ook wel Passiezondag of Palmpasen genoemd. De Kerk viert dan de intocht van
Jezus Christus in Jeruzalem. Herdacht wordt dat Jezus, gezeten op een jonge ezel, zegevierend werd onthaald door een jubelende menigte. De mensen bedekten de weg voor Jezus met hun mantels en met
takken van palmbomen.
Witte Donderdag
De donderdag in de Goede Week wordt - in feite vanaf het begin van de avondmis - Witte Donderdag genoemd. Op Witte Donderdag staat de instelling van de Eucharistie
centraal. Jezus brak aan de vooravond van zijn sterven en lijden tijdens zijn Laatste Avondmaal het brood en gaf het aan de leerlingen met de woorden 'Neem en eet, dit is in lichaam'. Ook gaf hij
hun de wijnbeker met de woorden 'Drink er allen uit, want dit is mijn bloed van het verbond, voor velen uitgegoten tot vergeving van zonden' (Matt. 26, 26-28).
Eucharistie en priesterschap
Jezus stelde op Witte Donderdag niet alleen de Eucharistie in. Hij gaf tijdens het Laatste Avondmaal zijn leerlingen ook opdracht, de maaltijd op dezelfde
wijze te blijven herhalen tot zijn wederkomst, om hem te gedenken. Door dit zogeheten 'herhalingsgebod' heeft Jezus het Priesterschap ingesteld.
Voetwassing
In sommige kerken en in tal van kloosters vindt op Witte Donderdag de plechtigheid van de Voetwassing plaats. Volgens de evangelist Johannes waste Jezus tijdens het
Laatste Avondmaal de voeten van zijn twaalf leerlingen als toonbeeld van nederigheid. Het was een handeling die destijds tot het werk der slaven behoorde. Jezus wil de leerlingen zodoende wijzen
op het belang van dienstbaarheid en de bereidheid elkaar liefde te betonen 'tot het uiterste'. Het gebaar vat, net als het betekenisvolle delen van brood en wijn, de zelfgave van Jezus in heel
zijn leven en in zijn dood samen.
Paastriduüm
Bij de Avondmis van Witte Donderdag begint het zogenoemde Driedaagse Paasfeest oftewel Paastriduüm, waarin lijden, dood en verrijzenis van
Christus worden herdacht.Het hart van het Driedaagse Paasfeest wordt gevormd door de Paaswake . Het triduüm wordt besloten met de Vespers van Paaszondag. Als het Paasfeest eng wordt opgevat,
bestaat het enkel uit het Paastriduüm.
Goede Vrijdag
Goede Vrijdag is de dag waarop christenen het lijden en de Kruisdood van Christus intensief herdenken. Het woord 'Goede' wijst er op dat de Kruisdood heilzaam is geweest
omdat op het lijden en sterven de verrijzenis is gevolgd. Jezus' dood is, net als het offer van het Joodse paaslam, dat ook op vrijdag werd geslacht, synoniem met bevrijding van dood en verderf.
Door zijn leven te geven heeft Jezus ons van onze Zonden verlost.
Paaszaterdag
Paaszaterdag, ook wel Stille Zaterdag genoemd, is een dag van bezinning waarop wordt teruggekeken op Christus' lijden en sterven. In aanloop naar Pasen groeit het besef dat Jezus, die is
'nedergedaald ter helle', werkelijk gestorven is, maar tevens door zijn dood Duivel en dood voor eens en voor altijd heeft overwonnen.
Paaswake
Paaszaterdag mondt uit in de Paaswake. De Paaswake is de viering waarin lijden, dood en verrijzenis samenkomen. Het is het brandpunt van het Paasfeest en één van
de oudste onderdelen ervan. De Paaswake vormt de overgang van de lijdensweek naar de vreugde van de Paastijd.
Licht
Tijdens de Paaswake worden de gelovigen in donkere nacht ingeleid in het feest van de verrijzenis. Het licht dat de verrezen Jezus opnieuw in de wereld brengt wordt verbeeld
door de plechtige intocht van de Paaskaars in de duistere kerk; Pasen vangt aan.
Paaszondag
Paaszondag is het vreugdevolle begin van de Paastijd en staat volledig in het teken van de Verrijzenis, de hoogste waarheid van het christelijk geloof. De Kerk viert dat de
verrijzenis van Jezus Christus ook heeft geleid tot de verrijzenis van alle gelovigen, "van nu af door de rechtvaardiging van onze ziel, later door het ten leven wekken van ons lichaam" (KKK
658).
Geschiedenis van het Paasfeest
Historisch gezien vallen er in de paasviering verschillende perioden te onderscheiden. In de eerste drie eeuwen bestond de viering uit een periode van
Vasten, die werd besloten door een nachtwake. Het paasfeest was met name lijdensherdenking, waarin de viering van de verrijzenis echter niet ontbrak.
Paashaas11 april 2004
Waar komt de volkstraditie van de paashaas met de eieren vandaan? In het RKK-radioprogramma Verum Bonum Pulchrum vertelt germanist dr. Gerard Jespers dat in het voor-christelijke volksgeloof de haas werd beschouwd als vruchtbaarheidssymbool. Zo kon de haas ook gezien worden als symbool voor de Verrijzenis. In de christelijke traditie stond de opgejaagde haas ook voor de vervolgde kerk. Dat de haas tot Paashaas werd komt door een vertaalfoutje. Psalm 104 vers 18 is vaak vertaald als 'in de rotsen verbergen zich de hazen', terwijl de Hebreeuwse Bijbel eigenlijk een heel ander diertje bedoelt, de klipdas...
Duur: 00:18:32 ©RKK
Ontstaan Paastriduüm
Vanaf de 4e eeuw nam de belangstelling voor de gebeurtenissen in de laatste dagen van Jezus' leven toe. Het Paasfeest werd uitgelegd tot een
driedaagse viering, het zogeheten Paastriduüm. Het Driedaagse Paasfeest besloeg Goede Vrijdag, Paaszaterdag en Paaszondag. De Paaswake werd voortaan als een samenvatting van het driedaagse
feest gezien, en de Paaszondag werd tot hoogtepunt van het kerkelijk jaar verheven.
Paaszondag geïsoleerd
Vanaf de middeleeuwen tot ver in de twintigste eeuw werd de Paaszondag in toenemende mate geïsoleerd van de voorafgaande dagen. Het Paastriduüm
ging Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszaterdag omvatten, en werd vooral gezien als een gedegen voorbereiding op de Paaszondag. De Paaswake werd van de nacht van zaterdag op zondag verschoven
naar de zaterdagmorgen of -middag. Daarmee werd de eenheid van het Paasfeest enigszins uit het oog verloren.
Liturgische beweging
In de tweede helft van de twintigste eeuw ging de Liturgische Beweging zich inzetten voor herstel van de eenheid van het Paasfeest. Van groot belang voor dit
herstel werd het Tweede Vaticaans Concilie.
Tweede Vaticaans Concilie
Het Tweede Vaticaans Concilie gaf opdracht tot een algehele herziening van de paasliturgie, die in 1970 werd voltooid met het verschijnen van het nieuwe
Missale Romanum. De Paaswake moest voortaan weer na het invallen van de duisternis plaatsvinden en het Paastriduüm werd bepaald op een periode die begint met de avondmis van Witte
Donderdag en loopt tot en met de vespers van Paaszondag.