Een beknopte beeldimpressie van alle Ad-liminabezoeken sinds 1988 was tijdens het Ad-liminabezoek van 2004 te zien in het RKK-programma Studio RKK.


Iedere diocesane bisschop is verplicht om elke vijf jaar een bezoek aan Rome te brengen, teneinde de graven van de apostelen Petrus en Paulus te vereren en bij de paus verslag uit te brengen over de toestand van zijn bisdom. Dit wordt het Ad-liminabezoek genoemd.
Drempels
Verantwoording afleggen
Tijdens een ad-liminabezoek haalt een bisschop, in zijn functie als hoofd van een particuliere kerk, de banden aan met de paus, het hoofd van de universele
kerk. De bisschop verantwoordt zich als het ware aan de paus en zijn bestuursapparaat, de Romeinse Curie. Daarom brengt de bisschop verslag uit van de actuele situatie van zijn Bisdom. Ook
ontvangt hij van de paus raadgevingen en, indien nodig, vermaningen. Overigens is het nog altijd zo, dat iedere bisschop bij de Ad limina persoonlijk een bezoek brengt aan het graf van Petrus,
gelegen onder de Vaticaanse Sint-Pietersbasiliek en het graf van Paulus, gelegen in de basiliek van Sint-Paulus-buiten-de-Muren.
Kerkprovincies
In de huidige Ad-liminapraktijk gaat een diocesane bisschop in de regel samen met de collega-bisschoppen van zijn kerkprovincie naar Rome. Zo gaan de leden van de
Nederlandse bisschoppenconferentie altijd gezamenlijk naar Rome, omdat Nederland één kerkprovincie vormt.
Een beknopte beeldimpressie van alle Ad-liminabezoeken sinds 1988 was tijdens het Ad-liminabezoek van 2004 te zien in het RKK-programma Studio RKK.


Een stukje geschiedenis
Al in de eerste eeuwen van de Kerk bezochten bisschoppen de opvolger van de apostel Petrus om hem kwesties van theologische of kerkbestuurlijke aard voor te
leggen. Later werd het voor bisschoppen van het Italiaanse schiereiland een plicht om eens in de twee jaar met de bisschop van Rome een provinciaal concilie te houden. In de 5de eeuw bepaalde
paus Leo I dat ook de drie bisschoppen van Sicilië voor een dergelijk concilie naar Rome moesten komen. Van paus Gregorius I (6de eeuw) is de regel dat de Siciliaanse bisschoppen om de
vijf jaar naar Rome dienden af te reizen.


Vijfjaarlijks
Het was paus Sixtus V die van het Ad-liminabezoek een plicht voor alle diocesane bisschoppen maakte. In zijn constitutie Romanus Pontifex (1585) legde hij de
termijnen, de onderwerpen en de orde van dienst van het Ad-limina-bezoek vast. Paus Pius X legde in 1909 de vijfjaarlijkse termijn van de Ad-limina vast. Ook bepaalde hij dat iedere bisschop om
de vijf jaar een geschreven rapport naar Rome moest sturen. Dat rapport wordt geschreven aan de hand van een door de Curie opgestelde vragenlijst. Deze vragen informeren bijvoorbeeld naar
diocesane statistieken, de bedreigingen en kansen voor de Kerk, en de wijze waarop de bisschop leiding geeft.


Ad-limina van 1993: Nederland missieland
Het Ad Limina-bezoek van 1993 gaf een heel ander beeld. Ten eerste gaf de paus aan dat hij de situatie in Nederland niet langer als
uitzonderlijk zag. De Secularisatie, in Nederland bijzonder krachtig op gang gekomen, sloeg inmiddels immers in heel West-Europa onverbiddelijk toe ? zowel buiten als binnen de Kerk. Niettemin
plaatste de paus grote vraagtekens bij de ?voorlopersrol? van Nederlandse katholieken die het geloof al te wereldlijk beleefden. Dat gold overigens ook voor de voorlopersrol van Nederland op
het gebied van de wetgeving over bijvoorbeeld Abortus en Euthanasie. De paus stemde in met de conclusie van de bisschoppen dat "men zonder overdrijving kan stellen dat de kerken in Nederland
zich in een missionaire situatie bevinden", een zin die in de pers terechtkwam als ?Nederland missieland?. Maar de manier om aan het einde van de twintigste eeuw missie te bedrijven, daar was
men het over eens, was anders dan aan het begin van die eeuw. Het nieuwe toverwoord was ?dialoog?. Voor de harde confrontatie, zo luidde de conclusie in Rome, was geen plaats meer.
Ad-limina van 1998: ontspannen sfeer
De bisschoppen van Nederland zetten zwaar in op dialoog en communicatie. Daarbij hadden ze te maken met een beduidend minder fel
geworden polarisatie in de kerkprovincie en een grotere belangstelling voor de Kerk in de niet-kerkelijke buitenwereld. Intern werden gesprekken belegd met allerlei groeperingen binnen de
Kerk. Vaak bleek daarbij dat er nog veel vooroordelen leefden, maar ook dat de bereidheid om over verschillen heen te stappen groeide. Het Ad Limina-bezoek van 1998 vond al in een meer
ontspannen sfeer plaats.

