Deel via:



Onze Vader

Het Onze Vader is het bekendste gebed uit de christelijke traditie; het wordt ook wel Gebed des Heren genoemd omdat Jezus Christus, de Heer, het aan de Kerk gegeven heeft.

Bekendste gebed
Het Onze Vader is het bekendste Gebed uit de christelijke traditie. Het wordt 'Onze Vader' genoemd naar de eerste woorden waar het, in de versie van de apostel Matteüs (Matteüs 6, 9-15), mee begint. Het Onze Vader wordt ook wel Gebed des Heren genoemd omdat Jezus Christus, de Heer, het aan de Kerk gegeven heeft.

Twee versies
Er bestaan twee versies van het Onze Vader. De meest uitgebreide versie van het gebed is te vinden in het Evangelie van Matteüs (Matteüs 6, 9-15). De evangelist Lucas geeft een iets kortere versie (Lucas 11, 2-4).

Kaddisjgebed
De manier waarop Jezus zijn leerlingen leerde bidden, laat waarschijnlijk iets zien van zijn eigen Gebed. Het gebed vertoont in woordgebruik sterke overeenkomsten met het Joodse kaddisjgebed. Dat is een loflied op de God van Israël, waarin vertrouwen in de toekomst en de verlossing van de wereld wordt uitgesproken. De aanhef daarvan luidt:
"Verheven en geheiligd worde zijn grote naam in de wereld, die Hij naar zijn wil geschapen heeft. Hij late zijn koninkrijk komen, in uw leven en in uw dagen en in het leven van het ganse huis van Israël, spoedig en over korte tijd".

JPII's videoclip 'Pater Noster'
Het Onze Vader werd in 1999 door Johannes Paulus II aanbevolen in een speciale videoclip. Daarin zingt hij, na een korte inleiding over de oorsprong van het gebed, persoonlijk de Latijnse versie van het Onze Vader, het Pater Noster. De inleidende tekst is Italiaans gesproken.
Duur: 00:03:03 ©RKK
Tekst
Bij Matteüs luidt de tekst van het Onze Vader in oudere vertalingen:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd,
Uw Rijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel,
Geef ons heden ons dagelijks brood,
En vergeef ons onze schuld
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven,
En leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.
Deze versie wordt vanaf het vroegste begin van het christendom in de liturgie gebruikt.

Doxologie
In de Didachè, een vroegchristelijk geschrift dat een aantal richtlijnen voor liturgie en kerkorde bevat, staat een toevoeging (Didachè 8, 2):
Want van U is het koninkrijk
en de kracht
en de heerlijkheid
in eeuwigheid.
Amen.

Deze tekst is in de eucharistie opgenomen als de zogenaamde lofprijzing of, met een Grieks woord, 'doxologie'. De doxologie lijkt net als het Onze Vader wortels in het Joodse kaddisjgebed te hebben. Het kaddisjgebed wordt door toehoorders namelijks steeds beaamd met de formule:
"Moge zijn grote naam in alle eeuwigheid worden geprezen".

Gebruik
Het Onze Vader wordt in alle liturgische diensten gebruikt, meestal als afsluiting van de voorbede. In de Eucharistie verbindt het Onze Vader Tafelgebed en Communie. Van oudsher neemt het Onze vader een voorname plaats in binnen het breviergebed en in de Volksdevotie. Het speelt een grote rol in de Rozenkrans.